OPF-documenten PFG (incl. Plan van aanpak PFG)
Pension Fund Governance-documenten voor ondernemingspensioenfondsen:
- Voorbeeldreglement Verantwoordingsorgaan
- Voorbeeldreglement Visitatiecommissie
- Handreiking Visitatiecommissie
- Voorbeeldreglement Deelnemersraad
- Stroomschema medezeggenschap in een ondernemingspensioenfonds
- Pension Fund Governance Q&A's
Zie hieronder het Plan van aanpak PFG - versie april 2007
Plan van aanpak PFG
versie april 2007
Inhoudsopgave
Introductie
Op 16 december 2005 heeft de Stichting van de Arbeid (hierna de STAR) het rapport met de Principes voor goed pensioenfondsbestuur (Pension Fund Governance, PFG) vastgesteld. De Principes zijn in overleg met het Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties (CSO), OPF, VB en het Verbond van Verzekeraars tot stand gekomen.
Met de opstelling van de Principes heeft de STAR in samenwerking met het pensioenveld invulling gegeven aan het verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om te komen tot zelfregulering. De verplichting tot naleving van de Principes is wettelijk verankerd in artikel 33 van de Pensioenwet (Stb. 2006, 705) en artikel 11 Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling.
OPF heeft een plan van aanpak ontwikkeld dat behulpzaam kan zijn bij de implementatie.
Met de Principes wordt beoogd het pensioenfondsbestuur op een hoger plan te brengen. Door het vaststellen van de Principes, zonder het voorschrijven van gedetailleerde regels, krijgt de sector de kans door zelfregulering PFG die vorm te geven, die het meeste recht doet aan de eigen identiteit van het individuele ondernemingspensioenfonds. OPF heeft de aangesloten fondsen opgeroepen om voortvarend met de implementatie van de Principes aan de slag te gaan: het is immers in ieders belang de governance van het pensioenfonds te herijken en zonodig te verbeteren. De implementatie van de Principes moet vóór 1 januari 2008 zijn afgerond. De Star heeft in 2008/2009 geïnventariseerd hoe de pensioensector invulling heeft gegeven aan de Principes.
De Principes zijn onderverdeeld in drie onderdelen: Principes ten aanzien van het bestuur, ten aanzien van het verantwoordingsorgaan en ten aanzien van het intern toezicht.
Rol OPF
OPF wil met dit plan van aanpak een bijdrage leveren aan de gedachtevorming bij de ondernemingspensioenfondsen over de invoering van de Principes voor goed pensioenfondsbestuur.
Beoogd wordt met dit plan van aanpak de discussie over de invoering van de Principes te stroomlijnen en soepeler te laten verlopen. Het plan van aanpak moet gezien worden als 'werk in uitvoering'. Aanvullingen en good practices zullen in de loop der tijd worden toegevoegd.
In de activiteiten van OPF worden twee fasen onderscheiden:
Fase 1: plan van aanpak invoering PFG: juli 2006
Fase 2: good practices toevoegen: najaar 2006
Gebruiksaanwijzing
Op deze site kunt u per onderdeel doorklikken naar nadere informatie. Zo is bijvoorbeeld de gehele tekst van het rapport van de STAR toegevoegd. En bij het onderdeel 'verantwoordingsorgaan' staan bijvoorbeeld zowel linken naar de betreffende Principes als naar nadere toelichtingen. Daar waar op dit moment al voorbeelden beschikbaar zijn, zijn ook deze via een link toegevoegd. Alle vetgedrukte blauwe woorden bevatten een link.
Prioriteitstelling bij implementatie van de Principes?
OPF heeft er voor gekozen om de Principes (zie: overzicht Principes) zo te behandelen, dat eerst de elementen aan de orde komen die nieuw zijn en wellicht nopen tot statutenwijziging. Daarna wordt ingegaan op de Principes die anderszins tot wijziging van beleid of procedures aanleiding geven. De Principes die verwijzen naar zaken die op grond van bestaande wet- en regelgeving al geregeld (moeten) zijn worden wel genoemd, maar niet - of slechts beperkt - nader besproken.
Nieuw zijn de instelling van een verantwoordingsorgaan en het inrichten van het intern toezicht. Daarom komen de Principes die hier betrekking op hebben eerst aan de orde. Omdat het verantwoordingsorgaan bevoegd is zijn oordeel te geven over de vorm, inrichting en samenstelling van het intern toezicht, zal eerst het verantwoordingsorgaan ingesteld moeten worden. De formalisering van het verantwoordingsorgaan in de statuten kan natuurlijk gecombineerd worden met de andere elementen van PFG die statutenwijziging met zich meebrengen.
Na de instelling van het verantwoordingsorgaan en het intern toezicht zal bezien moeten worden welke Principes ten aanzien van het bestuur nadere actie vergen. Veel zaken rond het bestuur zullen naar verwachting in grote lijnen al geregeld zijn en daarom minder fundamentele besluitvorming vergen.
Aldus kan de benodigde inrichting zo praktisch en tijdig mogelijk worden voorbereid.
Invoering van de PFG-Principes
Onderstaande checklist kan behulpzaam zijn bij de invoering van de Principes.
CHECKLIST: Wat moet er gebeuren?
- Bestuursbesluit over bemensing project invoering PFG lees verder [1]
- Doe een 0-meting lees verder [2]
- Maak een planning lees verder [3]
- Ontwikkel een organigram voor de toekomst:
- Hoe wil het pensioenfonds het verantwoordingsorgaan samenstellen?
- Hoe wil het pensioenfonds het intern toezicht inrichten?
- Heeft de keuze bij 1. en 2. effecten op de inrichting van het bestuur?
- Zijn er anderszins Principes ten aanzien van het bestuur die nopen tot aanpassing van de governance van het pensioenfonds ?
- Besluitvorming door bestuur over de inrichting
- Implementatie
Verantwoordingsorgaan
Hoofdkenmerken van het verantwoordingsorgaan
- De Principes verplichten tot het instellen van een verantwoordingsorgaan;
- Samenstelling op basis van 3 x 1/3 (actieven, gepensioneerden en werkgever);
- Ten minste 1 x per jaar overleg tussen het bestuur en het verantwoordingsorgaan.
Waar richt het verantwoordingsorgaan zich op?
- Het verantwoordingsorgaan richt zich ter afsluiting van een periode op het beoordelen van het beleid, de wijze waarop het is uitgevoerd en de naleving van de Principes.
- Het verantwoordingsorgaan geeft een oordeel over de beleidskeuzes die het bestuur in deze periode heeft gemaakt voor de toekomst.
- Op een aantal onderwerpen heeft het verantwoordingsorgaan een adviesrol in het besluitvormingstraject
nadere toelichting [4]
Wie stelt het verantwoordingsorgaan in?
nadere toelichting [5]
Hoe richt je het verantwoordingsorgaan in?
nadere toelichting [6]
Hoe stel je het verantwoordingsorgaan samen?
nadere toelichting [7]
Welke taken, rechten en bevoegdheden heeft het verantwoordingsorgaan?
nadere toelichting [8]
Hoe vaak moet het verantwoordingsorgaan bijeenkomen?
nadere toelichting [9]
Intern toezicht
Hoofdkenmerken van het intern toezicht
- Het organiseren van intern toezicht is verplicht.
- Er worden vier modellen voor intern toezicht onderscheiden:
Model 1: Visitatiecommissie
Model 2: Afzonderlijk orgaan
Model 3: One tier board
Model 4: Auditcommissie
Waar richt het intern toezicht zich op?
Het intern toezicht heeft betrekking op het kritisch bezien van het functioneren van (het bestuur van) het pensioenfonds door onafhankelijke deskundigen Principe C2.
Wie is verantwoordelijk voor de organisatie van het intern toezicht?
nadere toelichting [10]
Hoe richt je het intern toezicht in?
nadere toelichting [11]
Modellen voor het intern toezicht
Er worden vier modellen voor intern toezicht onderscheiden Principe C5 + nadere toelichting [12]:
Model 1: Visitatiecommissie Principe C6 + nadere toelichting [13] :
Model 2: Afzonderlijk orgaan Principe C7 + nadere toelichting [14] :
Model 3: One tier board Principe C7 + nadere toelichting [15]
Model 4: Auditcommissie Principe C7 + nadere toelichting [16]
Welke taken, rechten en bevoegdheden heeft het intern toezicht
nadere toelichting [17]
Hoe vaak moet het intern toezicht rapporteren?
nadere toelichting [18]
Bestuur
Aandachtspunten
- Nevenactiviteiten
- Klachten- en geschillenprocedure
- Zelfevaluatie bestuur
Verricht u nevenactiviteiten?
nadere toelichting [19]
Heeft u een adequate klachten- en geschillenprocedure?
nadere toelichting [20]
Heeft het bestuur al een procedure voor zelfevaluatie vastgesteld?
nadere toelichting [21]
Welke procedure wordt gevolgd in geval van disfunctionerend bestuurslid?
nadere toelichting [22]
Voldoet uw procedure betreffende benoeming, ontslag etc.?
nadere toelichting [23]
Hoe geeft bestuur inzicht in beleid en besluitvormingsprocedures?
nadere toelichting [24]
Is er een adequaat communicatiebeleid?
nadere toelichting [25]
Niet alle Principes vergen nieuwe actie
nadere toelichting [26]
Nadere toelichting/voorbeelden
Nadere toelichting nevenactiviteiten
- Het pensioenfonds dient zijn activiteiten te beperken tot het uitvoeren van pensioenregelingen en het verrichten van werkzaamheden die daar rechtstreeks verband mee houden. Dit en het volgende punt vloeien voort uit het referentiekader dat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft opgesteld naar aanleiding van het rapport van de Commissie-Staatsen (Kamerstukken II 2005/06, 28294, nr. 22).
- Het verrichten van nevenactiviteiten is slechts onder voorwaarden toegestaan.
- Het pensioenfonds moet bepalen of het nevenactiviteiten verricht. Zo niet, dan kan dit onderdeel worden overgeslagen. Zo wel, dan dient met onderstaande rekening gehouden te worden.
- Indien sprake is van nevenactiviteiten, moet men bezien of deze op de juiste wijze zijn georganiseerd.
- De organisatie van een nevenactiviteit moet in een juridisch gescheiden entiteit plaatsvinden.
- Er mag geen sprake zijn van personele unies op directieniveau.
- Personele unies op bestuursniveau dienen zoveel mogelijk te worden vermeden. M.a.w. indien hier toch sprake van is moet hier een goede argumentatie voor te geven zijn.
- De wijze van organisatie van nevenactiviteiten moet op grond van het door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid opgestelde referentiekader in de "Verklaring inzake de beleggingsbeginselen" (Voorbeeld Verklaring beleggingsbeginselen) worden vermeld.
Artikel 90 voorstel van wet Regels betreffende Pensioenen (Pensioenwet)
Artikel 90. Samenstelling bestuur pensioenfonds
(...)
- In het bestuur van een ondernemingspensioenfonds bezetten de werknemersvertegenwoordigers ten minste evenveel zetels als de werkgeversvertegenwoordigers
- De benoeming van de werknemersvertegenwoordigers in het bestuur van een ondernemingspensioenfonds vindt plaats:
a. na verkiezing van de vertegenwoordigers door en uit de deelnemers;
b. op voordracht van de vertegenwoordigers van de deelnemers in een deelnemersraad als bedoeld in artikel 98;
c. op voordracht van de ondernemingsraad; of
d. op een andere wijze, mits de ondernemingsraad heeft ingestemd met deze benoemingswijze.
- Indien de statuten van een ondernemingspensioenfonds voorzien in stemgerechtigde vertegenwoordigers in het bestuur van anderen dan werknemers of de werkgever, worden die vertegenwoordigers voor de toepassing van het derde lid gelijkgesteld met de werknemersvertegenwoordigers.
Overzicht van de eisen t.a.v. communicatie in de Pensioenwet
De Pensioenwet bevat eisen ten aanzien van de communicatie, die onderstaand genoemd worden:
Artikel Pensioenwet:
21 startbrief
28 premieachterstand
36 registreren deelnemingsjaren
38 verstrekken informatie jaarlijks
39 verstrekken informatie aan deelnemers bij beëindiging deelneming
40 verstrekken informatie aan gewezen deelnemers periodiek
41 verstrekken informatie aan gewezen partners bij scheiding
42 verstrekken informatie aan gewezen partners periodiek
43 verstrekken informatie aan pensioengerechtigden bij pensioeningang
44 verstrekken informatie aan pensioengerechtigden periodiek
45 verstrekken informatie aan deelnemers inzake vrijwillige pensioenregeling
46 informatie op verzoek
47 verstrekken informatie bij vertrek naar andere lidstaat
48 informatie tijdig en duidelijk
49 informatie schriftelijk, tenzij elektronisch
52 zorgplicht bij premie overeenkomst met beleggingsvrijheid
134 korting aanspraken en rechten bij onderdekking.
In het Besluit uitvoering Pensioenwet is één en ander nader uitgewerkt in de artikelen 2 t/m 10.
Voorbeeld Risicomanagement
Introductie
Risicomanagement wordt steeds belangrijker. In de Principes voor goed pensioenfondsbestuur wordt de verantwoordelijkheid van een bestuur voor het beheersen van risico's verschillende malen genoemd, zowel in een expliciete aanbeveling (A3) als in de taakomschrijving van het intern toezicht (C3). Ook externe toezichthouders hechten groot belang aan het voeren van adequaat risicomanagement. Zo stelt DNB in haar beleidsregel uitbesteding: "Het pensioenfonds draagt zorg voor een systematische analyse van risico's die samenhangen met de uitbesteding van bedrijfsprocessen. De analyse wordt uitgevoerd zowel op het niveau van de organisatie van het pensioenfonds in zijn geheel als op het niveau van de onderscheiden bedrijfsonderdelen." Een en ander onderstreept, samen met ontwikkelingen zoals Sarbanes Oxley en het risicogebaseerde toezicht van toezichthouders, het belang van het voeren van adequaat risicomanagement. Dit is terug te zien in het steeds frequenter vragen en afgeven van SAS70 rapportages door en naar besturen. Om invulling te geven aan deze ontwikkeling vindt u in dit document een raamwerk om risicomanagement te concretiseren, te structureren en te verankeren binnen het pensioenfonds. Het raamwerk kan als basis dienen; het pretendeert geen volledigheid. Het schema is slechts een voorbeeld. Er is bewust ruimte overgelaten voor eigen aanvullingen.
Begrip risicomanagement
Een risico is een interne of externe gebeurtenis die zich met een bepaalde kans kan voordoen en het realiseren van de doelstellingen van een organisatie in zowel positief als negatief opzicht kan be?nvloeden. Risicomanagement houdt in dat risico's op gestructureerde wijze inzichtelijk worden gemaakt en bewaakt. Om dit te bereiken, verdient het aanbeveling een gestructureerd proces te doorlopen, waarin de verschillende verantwoordelijkheden goed zijn gedefinieerd en belegd.
Bewust omgaan met risico's leidt tot het systematisch (kunnen) identificeren van risico's en het treffen van adequate maatregelen, waardoor verrassingen mogelijk kunnen worden voorkomen. Overigens dient vermeld te worden dat risico's blijven bestaan, ook al kiest de organisatie ervoor om zoveel mogelijk beheersmaatregelen te nemen.
Transparantie over het risicopotentieel en over de doeltreffendheid van risicobeheersing zal bijdragen aan het vertrouwen in de besturing van het pensioenfonds.
Risicomanagement proces
Het inrichten van een risicomanagementproces heeft als doel om een redelijke mate van zekerheid te geven dat de vastgestelde doelstellingen van het pensioenfonds worden gerealiseerd.
Het onderkennen, analyseren en mitigeren van risico's is een continu proces en is tevens een kritisch element van een effectieve interne beheersing. Het bestuur is verantwoordelijk voor het periodiek (doen laten) uitvoeren van risicoanalyses.
Aanpak risicomanagement
Stap 1: identificeren van risico's
Een risico-inventarisatie wordt gemaakt vanuit het perspectief van een pensioenfonds. Deze inventarisatie heeft als doel de belangrijkste risico's te benoemen en daarin naar volledigheid te streven.
Bij de identificatie (en ook bij de beoordeling) wordt uitgegaan van bruto risico's. Het bruto risico is het risico zonder inachtneming van de huidige beheersmaatregelen. Het netto risico is het risico dat resteert na inachtneming van de huidige beheersmaatregelen. Dit betekent dat - voor zover mogelijk - de huidige kwaliteit van beheersing buiten beschouwing wordt gelaten.
Stap 2: inschatten van de impact en waarschijnlijkheid van risico's
Doel van deze stap is het inschatten van de impact van de geïdentificeerde risico's als deze zich zouden voordoen en van de waarschijnlijkheid dat het risico zich zal voordoen. Met het inschatten van de kans en impact van individuele risico's wordt inzicht gegeven in de mogelijke en gewenste vormen van beheersing van het betreffende risico. Zo worden risico's met een kleine kans en grote impact op een andere wijze benaderd dan risico's met een grote kans en een kleine impact. De inschattingen van impact en kans worden gemaakt met de veronderstelling dat er voor het risico geen beheersmaatregelen aanwezig zijn (bruto risico). De effectiviteit van de huidige beheersmaatregelen wordt namelijk in een volgende stap apart geëvalueerd, waarna het effect van de ingeschatte controle effectiviteit op het bruto risico wordt geëvalueerd.
Stap 3: Vaststellen van de beheersmaatregelen en beoordelen kwaliteit
Op basis van de stappen 1 en 2 (risico-indentificatie en impact/waarschijnlijkheid) stelt u de beheersmaatregelen vast, zowel de bestaande als eventuele aanvullende maatregelen.
Stap 4: Follow up en rapportage
Het bestuur stelt vast in hoeverre sprake is van lacunes of tekortkomingen in de beheersing en besluit over (aanvullende) maatregelen. Geadviseerd wordt om jaarlijks te beoordelen of uitvoering is gegeven (eventueel in het kader van accountantscontrole of SAS 70 rapportage)
Stap 5: Monitoring en borging
Het verdient aanbeveling het proces van risicomanagement periodiek te evalueren. De evaluatie heeft zowel betrekking op het raamwerk als op de uitgevoerde risicoanalyse en de follow-up van eerder gesignaleerde tekortkomingen. Een goede praktijk is bijvoorbeeld om bij aanvang van iedere bestuurlijke zittingstermijn een risico-inventarisatie en/of periodieke evaluatie uit te voeren.
Aanzet voor een risico-inventarisatie
Bij het maken van een risico-inventarisatie wordt de volgende aanpak geadviseerd:
- bepaal de hoofddoelstelling(en) van het pensioenfonds;
- leidt van de hoofddoelstelling(e) de subdoelstellingen af;
- bepaal per subdoelstelling de risico's;
- bepaal per risico eventuele subrisico's.
Op het niveau van subrisico's worden de beheersmaatregelen aangegeven.
Houdt bij de ordening van risico's en subrisico's, alsmede beheersmaatregelen rekening met waarschijnlijkheid en impact (zie ook hiervoor).
Hierna volgt een globale indeling, met een voorbeeld meer in detail.
Doelstelling:
Het nakomen van de pensioentoezegging; waarborgen dat pensioen wordt uitgekeerd aan rechthebbenden, nu en in de toekomst.
Subdoelstellingen en risico's:
- Voldoende middelen ter beschikking hebben
Risico dat:
- bezittingen oneigenlijk worden onttrokken
- bestaande vermogen onvoldoende rendeert
- te lage premie in rekening wordt gebracht
- te hoge (uitvoerings)kosten
- Betrouwbare administratie van uitkeringen en verplichtingen (aanspraken)
Risico dat:
- er fouten in aangeleverde gegevens zitten
- mutaties onjuist of niet volledig worden verwerkt
- uitkeringen onjuist of onvolledig worden vastgesteld
- etc.
- Betrouwbare beleids- en managementinformatie als input voor beleid en uitvoering (rapportages, analyses)
Risico dat:
- de ALM-studie van onvoldoende kwaliteit is
- de actuariële analyse van onvoldoende kwaliteit is
- beleidsvoorstellen en managementrapportages van onvoldoende kwaliteit zijn
- Naleven (veranderende) wet- en regelgeving
Risico dat:
- niet (tijdig) wordt voldaan aan regelgeving
- niet (tijdig) opvolging wordt gegeven aan voorschriften toezichthouder (sancties)
- Betrouwbare communicatie met belanghebbenden
Risico dat:
- communicatie leidt tot ongewenste verwachtingen of verplichtingen
- jaarverslag onjuist beeld geeft
- belanghebbenden vertrouwen verliezen (imagoschade)
- Beheersing en operatie
Risico dat:
- besturingsproces onvoldoende kwaliteit heeft
- onvoldoende procesbeheersing bestaat
- IT van onvoldoende kwaliteit is
- uitbesteding en onderuitbesteding onvoldoende beheerst is
Voorbeeld Risico inventarisatie formulier
Download PDF formulier
Zoeken
Om deze pagina te doorzoeken dient u op uw toetsenbord de toetsencombinatie CTRL-f in te drukken. U kunt ook de reguliere zoekfunctie gebruiken die rechts bovenaan deze pagina staat.
Voorbeeld Zelfevaluatie Bestuur
Aanknopingspunten voor een Zelfevaluatie van het Bestuur.
De volgende thema's zouden bij een eigen beoordeling van het functioneren van het bestuur kunnen worden besproken:
- Integriteit (van bestuursleden);
- Deskundigheid (van het bestuur);
- Zorgvuldigheid (van de werkwijze en besluitvorming);
- Openheid (over bevoegdheden, beleid en resultaten);
- Beheersing (van de uitvoering van de taakvervulling);
- Rekenschap (verantwoording afleggen over gevoerd beleid).
Daarnaast zouden de volgende onderwerpen door middel van het bijgaande beoordelingsformulier kunnen worden beoordeeld:
Beoordelingscriteria Zelfevaluatie Bestuur
Download PDF versie
| Onderwerp |
Beoordelingscriteria |
Onderliggende documentatie |
| Verantwoordelijkheid |
| Strategie en beleid |
- De lange termijn visie van het Bestuur is vastgelegd
- Het beleid van het Bestuur is vastgelegd
- Het beleid is up-to-date ten aanzien van wet- en regelgeving (beleggingsbeleid, premiebeleid, indexatiebeleid)
|
- Pensioenfondsplan
- Pensioenfondsplan
- Pensioenfondsplan
|
| Statuten, Reglement en ABTN |
- De Statuten,het Reglement en de ABTN zijn up-to-date ten aanzien van wet- en regelgeving
- Het beleid van het Bestuur is uitgewerkt in de Statuten, het Reglement en de ABTN
|
- Correspondentie DNB
- Oordeel Bestuur
|
| Risicomanagement |
- De risico’s van PF zijn geïnventariseerd
- Er zijn adequate systemen om de risico’s te managen
|
- Risk Management Framework
- Annual Assurance Letter
|
| Uitvoering |
- Er zijn adequate processen en systemen voor de pensioen- en de beleggingsadministratie
- Er zijn adequate en effectieve informatie-, controle- en auditsystemen
- De service agreement tussen PF en Directie is adequaat uitgevoerd
|
- Annual Assurance Letter
- Annual Assurance Letter
- Annual Assurance Letter; Rapportage uitvoering aan Directie gedelegeerde bevoegdheden
|
| Compliance |
- PF voldoet aan de normen en standaarden die zijn vastgelegd in wet- en regelgeving en in de richtlijnen van de sponsor
|
- Annual Assurance Letter, Accountantsverslag, Actuarieel verslag
|
| Deelnemersraad |
- De Deelnemersraad wordt op een zodanig moment om advies gevraagd, dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op de door het Bestuur terzake te nemen besluiten
|
|
| Evenwichtige vertegenwoordiging alle betrokkenen |
- Bij het vervullen van zijn taak dient het Bestuur ervoor te zorgen dat alle betrokken deelnemers, gewezen deelnemers en overige belanghebbenden zich door het Bestuur op evenwichtige wijze vertegenwoordigd kunnen voelen
|
|
| Deskundigheid |
| Deskundigheid |
- Het Bestuur heeft gezamenlijk voldoende deskundigheid
- Lacunes in de gezamenlijke en de individuele deskundigheid worden geïnventariseerd en aangepakt
|
- Deskundigheidsmatrix
- Voornemen om SPO Kennisreflector toe te passen
|
| Bijdrage leden Bestuur |
- Rol en performance van de voorzitter van het Bestuur – geeft leden van het Bestuur voldoende ruimte, vraagt een ieders input, duidelijkheid besluitvormingsproces
- Bijdrage van de individuele leden van het Bestuur – breedte, diepte, duidelijkheid, constructieve bijdragen
|
- Oordeel Bestuur
- Oordeel Bestuur
|
| Informatie |
- Het Bestuur ontvangt voldoende en tijdige informatie voor oordeelsvorming
|
|
| Bevoegdheid/capaciteit |
- Het Bestuur heeft voldoende bevoegdheden om PF te besturen
- Het Bestuur is in staat om de Directie aan te sturen, diens visie en voorstellen te challengen en desgewenst een eigen weg in te slaan
|
- Statuten
- Service Agreement PF-Directie, Oordeel Bestuur
|
| Tijd |
- Het Bestuur vergadert met de juiste frequentie
- De leden van het Bestuur hebben voldoende voorbereidingstijd
- De vergadertijd wordt effectief benut en er is voldoende tijd voor de benodigde discussie
|
- Oordeel Bestuur
- Oordeel Bestuur
- Oordeel Bestuur
|
|
Voorbeeld beoordelingsformulier Zelfevaluatie Bestuur Pensioenfonds
Download PDF versie
| Onderwerp |
Kwaliteit* |
Tijdigheid* |
Opmerkingen |
| |
onvoldoende |
voldoende |
niet op tijd |
tijdig |
|
| Verantwoordelijkheid |
|
|
|
|
|
| Strategie en beleid |
|
|
|
|
|
| Statuten en Reglement |
|
|
|
|
|
| Risicomanagement |
|
|
|
|
|
| Uitvoering |
|
|
|
|
|
| Compliance |
|
|
|
|
|
| Deelnemersraad |
|
|
|
|
|
| Evenwichtige vertegenwoordiging alle betrokkenen |
|
|
|
|
|
| Deskundigheid |
|
|
|
|
|
| Deskundigheid |
|
|
|
|
|
| Bijdrage leden Bestuur |
|
|
|
|
|
| Informatie |
|
|
|
|
|
| Bevoegdheid/capaciteit |
|
|
|
|
|
| Tijd |
|
|
|
|
|
|
* Relevante vakje aankruisen en toelichten in de laatste kolom “Opmerkingen”