Pension Fund Governance
Indeling dossier:
- Pension Fund Governance (PFG)
- Medezeggenschap pensioengerechtigden
- Wet bestuur en toezicht
- Deskundigheid bestuur
Pension Fund Governance (PFG)
De Pensioenfederatie hecht grote waarde aan goed pensioenfondsbestuur en aan de betrokkenheid van alle stakeholders (werknemers, pensioengerechtigden en werkgevers) bij het fonds. Hoe de governance in de huidige PFG-principes is geregeld verdient echter heroverweging.
Principes voor goed pensioenfondsbestuur
Eind 2005 stelde de Stichting van de Arbeid (STAR) de Principes voor goed pensioenfondsbestuur (PFG-principes) vast. Met ingang van 2007 zijn deze Principes in de Pensioenwet verankerd en met ingang van 2008 dienden ze te zijn geïmplementeerd.
Inventarisatie implementatie Principes
In het najaar van 2008 werd de implementatie van de Principes geïnventariseerd. De resultaten van deze inventarisatie zijn (samen met de resultaten van de eindevaluatie van het medezeggenschapsconvenant) eind maart 2009 gepubliceerd.
Uit de inventarisatie blijkt dat de pensioenfondsen de implementatie van de Principes goed hebben opgepakt. Tegelijkertijd blijkt uit het rapport dat de Principes het nodige vergen van kleine fondsen, qua organisatie en qua kosten, en dat de bemensing van de verschillende organen (waaronder, bestuur, deelnemersraad en verantwoordingsorgaan) veel fondsen moeite kost. Ook stelt het rapport vast dat het naast elkaar bestaan van deelnemersraad en verantwoordingsorgaan, gelet op de overlap van taken, tot onduidelijkheid leidt.
Voorstellen tot vereenvoudiging
De sector heeft al in 2009 voorstellen tot vereenvoudiging gedaan met inachtneming van de doelstellingen van de Principes en met behoud van betrokkenheid van alle stakeholders. In de drie voorgestelde governance-modellen worden de vier governancefuncties (bestuur, medezeggenschap, verantwoording en intern toezicht) nog steeds vervuld. Maar niet meer door vier organen, maar door slecht drie. Voorts wordt voorgesteld de mogelijkheid van een beroepsbestuur als keuzemogelijkheid te introduceren in combinatie met een raad van belanghebbenden.
Minister van SZW
Minister Donner heeft eind 2009 een brief aan de Tweede Kamer gezonden met zijn visie op governance en medezeggenschap. Hierin stelt hij dat de pension fund governance en medezeggenschap in samenhang moeten worden doordacht.
In zijn brief van maart 2010, met een uitwerking van zijn visie, wijst de minister op de nauwe samenhang tussen de besluitvorming over de governance van pensioenfondsen en de gevolgen die de wetgever zal moeten geven aan de rapporten van de Commissie Frijns en Goudswaard.
Deze rapporten laten zien dat het governancemodel van pensioenfondsbesturen een integrale aanpassing behoeft op het punt van deskundigheid, toezicht en verantwoording.
Hierbij staan volgens Donner drie uitgangspunten centraal: versterking van deskundigheid, adequate vertegenwoordiging van alle risicodragers en stroomlijning.
Wetsvoorstel Versterking bestuur pensioenfondsen
Na het Voorontwerp van wet Versterking bestuur pensioenfondsen, dat ter consultatie op 4 juli 2011 is voorgelegd en waarop de Pensioenfederatie op 22 augustus heeft gereageerd, is het wetsvoorstel Versterking bestuur naar de Tweede Kamer gezonden.
Standpunt
De Pensioenfederatie is van mening dat de volgende zaken in het wetsvoorstel meegenomen moeten worden:
- Het primaat moet bij belanghebbenden liggen (te weten werkgevers, werknemers en pensioengerechtigden of in het geval van beroepspensioenfondsen, beroepsgenoten). Dat kan volgens de Pensioenfederatie worden bereikt door:
• Deelname aan het bestuur in het paritaire model
• Deelname aan het bestuur in de toezichtfunctie middels de vorming van een one-tier board
• Deelname aan de belanghebbendenraad in het model met onafhankelijke bestuurders.
- De goedkeuringsrechten van de raad van toezicht dienen te vervallen. Door de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht te beperken tot hetgeen waarvoor intern toezicht is bedoeld, blijft de zeggenschap behouden aan belanghebbenden voor en door wie het pensioenfonds is opgericht.
Het afleggen van verantwoording moet richting belanghebbenden plaatsvinden en niet richting intern toezicht.
Ondernemingspensioenfondsen
De Pensioenfederatie zal blijvend aandacht vragen voor de vereenvoudiging van de governance van ondernemingspensioenfondsen. De Pensioenfederatie vindt het niet acceptabel wanneer de last van de governance-verplichtingen als zodanig aanleiding is tot opheffing van ondernemingspensioenfondsen.
Medezeggenschap pensioengerechtigden
Vernieuwd convenant medezeggenschap
In 2003 kwamen de STAR en de Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties (CSO) het Vernieuwd convenant overeen over de medezeggenschap van gepensioneerden bij uitvoering van pensioenregelingen.
In het convenant is onder meer geregeld dat opf’en de keuze hebben tussen een deelnemersraad en bestuursdeelname van pensioengerechtigden. [1]
Met ingang van 1 januari 2007 is (een belangrijk deel) van het convenant onderdeel van de Pensioenwet en daarmee verplicht gesteld. De looptijd van het convenant liep af op 1 januari 2008, waarna het convenant in het najaar van 2008 werd geëvalueerd. Het rapport van de eindevaluatie werd in maart 2009 gepubliceerd.
Initiatiefwetsvoorstel Koser Kaya-Blok
In de zomer van 2008 hebben de Tweede Kamerleden Koser Kaya (D66) en Blok (VVD) een initiatiefwetsvoorstel (incl. memorie van toelichting) over de medezeggenschap van pensioengerechtigden bij pensioenfondsen ingediend bij de Tweede Kamer.
OPF en VB waren tegenstander van dit wetsvoorstel en hebben een Position Paper uitgebracht. Belangrijk bezwaar tegen het wetsvoorstel was dat het leidt tot verplichte dubbele medezeggenschap van pensioengerechtigden (bestuursdeelname én deelnemersraad). Verder waren de koepels van mening dat medezeggenschap onderdeel uitmaakt van de discussie over verbetering van de governance. Het is daarom beter om over verbetering van de governance te praten en het medezeggenschapsvraagstuk daarin mee te nemen.
Bij de behandeling van het wetsvoorstel in september 2009 heeft de Tweede Kamer met algemene stemmen een motie aangenomen van het Kamerlid Omtzigt c.s. (reactie minister van SZW en reactie Koser Kaya en Blok op motie). Hierin wordt het kabinet verzocht te bevorderen dat sociale partners en ouderenorganisaties een voorstel doen waarin medezeggenschap van alle betrokkenen - dus niet alleen pensioengerechtigden - verankerd is. Dit heeft evenwel niet geleid tot een unaniem voorstel vanuit de STAR.
Diversiteitconvenant
Wel heeft de STAR in de eerste helft van 2010 met diverse organisaties (waaronder uit de pensioensector) gesproken over de mogelijkheid om te komen tot een diversiteitconvenant. Bedoeling van dit convenant is te bevorderen dat de leden van bestuur, deelnemersraad en verantwoordingsorgaan van pensioenfondsen een redelijke afspiegeling vormen van de populatie van het fonds, naar leeftijd, geslacht en etniciteit. Dit onder de voorwaarde dat voldaan blijft worden aan de gestelde eisen van deskundigheid.
Wetsvoorstel in Eerste Kamer
Het wetsvoorstel van de Kamerleden Koser Kaya en Blok is op 1 juli 2010 door de Tweede Kamer aangenomen. De pensioenkoepels zijn blijven lobbyen, nu primair richting de Eerste Kamer, voor het handhaven van het keuzerecht van pensioengerechtigden tussen zeggenschap in het bestuur of medezeggenschap in de deelnemersraad en tegen verplichte dubbele zeggenschap/medezeggenschap en het tegengaan van meer wettelijke ballast.
Op 31 januari 2012 is het wetsvoorstel Koser Kaya en Blok door de Eerste Kamer aangenomen. De minister van SZW heeft aangegeven het per 1 januari 2013 inwerking te laten treden. Dit is slechts aan de orde indien het wetsvoorstel Versterking bestuur pensioenfondsen niet per die datum tot wet is verheven.
Standpunt
De Pensioenfederatie blijft groot voorstander van de integrale wijziging van de governance van pensioenfondsen via deze laatste wet.
[1] Het convenant geldt overigens alleen voor die ondernemingspensioenfondsen waarbij a) het relatieve deel pensioengerechtigden ten minste 10% bedraagt van het totale aantal deelnemers en pensioengerechtigden samen, met een minimum van 25 pensioengerechtigden, dan wel b) er minimaal 1000 pensioengerechtigden zijn.
Wet bestuur en toezicht
De Pensioenfederatie zet zich in om in lijn met het doel van de Wet bestuur en toezicht - in het bijzonder het amendement Irrgang - een specifieke regeling voor pensioenfondsen ter limitering van het aantal functies van een persoon in het leven te roepen.
Hierbij wordt enerzijds een verbreding voorgesteld door niet alleen het aantal toezichtfuncties te beperken, maar ook de bestuursfuncties. Anderzijds wordt een verruiming voorgesteld van het maximale aantal te bekleden toezicht- en bestuursfuncties.
Dit om pensioenfondsen ruimte te geven om benodigde deskundige personen in te schakelen, hetgeen een belangrijke doelstelling van het wetsvoorstel Versterking bestuur pensioenfondsen is.
Deskundigheid bestuur
Zie voor informatie over dit onderwerp het dossier over het thema Deskundigheid pensioenfondsen op deze website.