columns

Column: We staan weer op één

Het congres van de Pensioenfederatie dit najaar had als thema “Nederland weer op één”: hoe zorgen we ervoor dat Nederland weer het beste stelsel ter wereld krijgt? Erica Verdegaal was een van de sprekers. Zij hield de zaal voor dat we als pensioenfondsen veel meer moeten uitventen wat er allemaal goed is aan ons stelsel. We stralen te weinig trots uit en geven te weinig weerwoord aan de critici. Collectief en solidair levert de Nederlandse samenleving en dus deelnemers en gepensioneerden veel voordeel op. Je bent echt beter af bij een fonds dan dat je in je eentje voor je oudedagsvoorziening moet zorgen, was haar boodschap.

Een blog waarin de mooie kanten van ons stelsel worden belicht is dus op z’n plaats. En alsof ze in Australië hebben meegeluisterd, werd een paar weken geleden de Melbourne Mercer Global Pension Index gepubliceerd waarin Nederland z’n nummer één positie heeft heroverd op Denemarken. We hebben een goed pensioenstelsel. In het buitenland kijken ze met afgunst naar ons stelsel. In mijn gesprekken met buitenlandse collega’s worden onze problemen met ons pensioenstelsel vrijwel altijd jaloers afgedaan als luxeproblemen.

We mogen trots zijn dat we met ons stelsel - vooral te danken aan de AOW - de laagste armoede onder ouderen hebben van vrijwel de hele wereld. We keren, ondanks het gebrek aan indexatie, goede pensioenen (kijk naar de vervangingsratio’s) levenslang uit. De mensen zijn gedekt tegen groot inkomensverlies bij het overlijden van hun partner en in geval van arbeidsongeschiktheid. Er zijn in de wereld maar weinig sectoren te vinden waar zoveel geld omgaat en de kosten zo transparant worden gemaakt. De Nederlandse fondsen lopen voorop als het gaat om maatschappelijk verantwoord beleggen. Kortom er zijn vele redenen waarom we met meer trots dan dat we nu laten zien voor ons stelsel mogen opkomen.

Alles zo laten dan maar? Dat denk ik niet. De kunst is niet zozeer om op één te staan als wel op één te blijven. Wat nu een mooie auto is, wordt over tien jaar gezien als een oud brik. De uitdaging waar we als sector voor staan, is om ervoor te zorgen dat we over tien jaar nog steeds trots op ons pensioenstelsel kunnen zijn. Het is meer dan een teken aan de wand dat als het gaat om vertrouwen in het stelsel Nederland ergens onderaan bungelt. We zullen het stelsel moeten aanpassen om te zorgen dat het blijft aansluiten op de arbeidsmarkt, om de gevolgen van vergrijzing en ontgroening op te vangen en om in te kunnen spelen op de veranderende behoeften in de samenleving. 

Hoe doen we dat dan? Daar wordt nu al lange tijd over gesproken door sociale partners, kabinet en leden van de SER. Het duurt in veler ogen te lang. Maar de opgave is dan ook niet eenvoudig. Immers dat wat ons stelsel zo sterk maakt, de kernwaarden van ons stelsel die maken dat we nu op één staan, die moeten behouden blijven. We schieten er niets mee op als straks het kind met het badwater blijkt te zijn weggegooid.

Gerard Riemen, algemeen directeur Pensioenfederatie