Governance thema 1

Bevoegdheden OR bij pensioen

Werknemers hebben via hun ondernemingsraad (OR) meer invloed op hun pensioenregeling gekregen. Het parlement is medio 2016 akkoord gegaan met een wetsvoorstel om het instemmingsrecht van de OR uit te breiden. De uitbreiding van de bevoegdheden van de OR heeft ook impact op de besluitvorming door pensioenfondsen.

Eind december 2017 reageerde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op een advies van de Sociaal Economische Raad van februari 2017 over de positie van personeel in dienst bij een kleine werkgever (minder dan 25 werknemers). Dat leidt tot het versterking van het informatierecht van deze groep werknemers. De minister heeft aangekondigd dit in 2018 te regelen via een wetsvoorstel tot aanpassing van de Wet op de ondernemingsraden.

Nieuws en achtergronden ondernemingsraden

De Eerste Kamer is op 21 juni 2016 akkoord gegaan met het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de ondernemingsraden en de Pensioenwet in verband met de bevoegdheden van de ondernemingsraad inzake de arbeidsvoorwaarde pensioen. De wet is op 1 oktober 2016 ingegaan. In de wet wordt geregeld dat het instemmingsrecht van de ondernemingsraad (OR) niet langer beperkt is tot pensioenovereenkomsten die zijn ondergebracht bij verzekeraars, maar geldt ongeacht waar de pensioenovereenkomst is ondergebracht.

Uitzonderingen instemmingsrecht
Er is echter geen instemmingsrecht voor de OR als het pensioen bij cao is geregeld of in een regeling van arbeidsvoorwaarden, die door een publiekrechtelijk orgaan is vastgesteld.

Ook in de volgende situaties is er geen instemmingsrecht voor de OR:

  • in geval van verplichte aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds;
  • in geval van vrijwillige aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds: als de ondernemer geen zeggenschap heeft over de inhoud van de (aanvullende) regeling.

Ook instemmingsrecht bij wijzigingen
De OR heeft wel een instemmingsrecht bij de keuze van de ondernemer voor onderbrenging van een pensioenregeling bij een bepaalde pensioenuitvoerder, ook als het gaat om vrijwillige aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds. Tevens krijgt de OR instemmingsrecht op die elementen van de uitvoeringsovereenkomst, die van invloed zijn op de pensioenovereenkomst. Ook wordt de ondernemer verplicht de OR te informeren over ieder voorgenomen besluit tot wijziging van de uitvoeringsovereenkomst.

Impact voor pensioenfondsen
De uitbreiding van de bevoegdheden van de OR heeft ook impact op de besluitvorming door pensioenfondsen. Als een werkgever wijzigingen in de pensioenovereenkomst doorgeeft aan het pensioenfonds, of als het pensioenfonds de werkgever vraagt wijzigingen door te voeren in de pensioenovereenkomst (bijvoorbeeld een wijziging van het opbouwpercentage vanwege versobering van de fiscale ruimte om pensioen op te bouwen), dan zal het pensioenfonds zich ervan moeten vergewissen dat ook de OR instemt met deze wijzigingen, alvorens het fonds het pensioenreglement kan aanpassen. De instemmingsprocedure die de werkgever moet doorlopen met de OR kan enkele maanden in beslag nemen. Dit kan de besluitvorming binnen het pensioenfonds dus vertragen.

Nieuws en achtergronden personeelsvergaderingen (PV) en personeelsvertegenwoordigingen (PVT)

Bij de behandeling van het instemmingsrecht van de OR is door de Tweede Kamer aandacht gevraagd voor de positie van personeel bij kleinere ondernemingen. Ondernemingen met 10 tot 50 werknemers kunnen een PVT instellen en zijn verplicht dit te doen als een meerderheid van het personeel hiertoe besluit. Als zo’n PVT niet wordt ingesteld wordt ten minste tweemaal per jaar een PV gehouden. Anders dan de PVT is de PV geen vertegenwoordigend orgaan, maar een overleg tussen ondernemer en alle werknemers. De rechten en bevoegdheden van de PVT en PV zijn beperkter dan die van de OR. In kleine ondernemingen is bewust gekozen voor een lichter medezeggenschapsregime en beperktere bevoegdheden, zodat ondernemers niet onevenredig worden belast.

Informatierecht verstevigd
Staatssecretaris Klijnsma vroeg op 15 september 2016 advies aan de Sociaal Economische Raad. Deze adviesaanvraag volgde uit een toezegging aan de Tweede Kamer naar aanleiding van het amendement Ulenbelt. De SER adviseerde op 17 februari 2017 om te streven naar:

  • het bevorderen van bekendheid en naleving van de bestaande bevoegdheden en mogelijkheden van de personeelsvertegenwoordiging (PVT) en/of personeelsvergadering (PV) binnen en buiten de Wet op de ondernemingsraden (WOR), waaronder het adviesrecht (zonder beroep op de Ondernemingskamer);
  • het versterken van enkele bevoegdheden van de PVT en/of PV binnen de WOR, te weten informatierecht, informatieplicht (die op werkgever rust) en initiatiefrecht ten aanzien van de arbeidsvoorwaarde pensioen;
  • het bevorderen van onafhankelijke en betaalbare informatievoorziening inzake de arbeidsvoorwaarde pensioen. 

De minister heeft op 17 december 2017 laten weten dat het informatierecht op twee punten wordt versterkt. Zo zal de werkgever de PVT en PV informatie over de arbeidsvoorwaarde pensioen die zij redelijkerwijs nodig hebben om hun taak te kunnen vervullen, tijdig schriftelijk moeten verstrekken, indien deze schriftelijk beschikbaar is. Op dit moment heeft de PV geen expliciet informatierecht ten aanzien van de arbeidsvoorwaarde pensioen. Voor de PVT geldt vooralsnog dat informatie ook mondeling verstrekt mag worden. Daarnaast krijgen de PVT en PV ditzelfde informatierecht bij het vaststellen, wijzigen of intrekken van een uitvoeringsovereenkomst. Tot slot wordt het initiatiefrecht versterkt, zodat ook de PVT het onderwerp pensioen – net als de PV - eigenstandig kan agenderen.

Impact voor pensioenfondsen
Dit voornemen heeft geen impact op pensioenfondsen.