Diversiteit

Diversiteit bij pensioenfondsen betekent dat in het bestuur (en het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan) tenminste één man en één vrouw en één persoon ouder en één persoon jonger dan veertig jaar deelnemen. Verder houdt diversiteit in dat bestuursleden (en in het verantwoordingsorgaan/belanghebbendenorgaan de leden van die organen) elkaar aanvullen in kennis en competenties en een redelijke afspiegeling zijn van de belanghebbenden binnen het pensioenfonds.

Inzet Pensioenfederatie

Voor alle pensioenfondsen is het belangrijk om invulling te geven aan diversiteit. Diversiteit verhoogt de kwaliteit van het pensioenfondsbestuur omdat het ervoor zorgt dat vraagstukken vanuit meer invalshoeken worden benaderd. Diversiteit is niet voor niets ook een belangrijke maatschappelijke norm waar pensioenfondsen invulling aan willen geven.

Om de pensioenfondsen te ondersteunen bij de bevordering van diversiteit in de fondsorganen, heeft de Pensioenfederatie de ‘Handreiking voor het vergroten van diversiteit’ uitgebracht.

De Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid vinden het belangrijk dat de samenstelling van fondsorganen te allen tijde gericht is op het bereiken van:

  • Complementariteit (in cultuur, zienswijzen en persoonlijkheden)
  • Geschiktheid (in vaardigheden, kennis, kunde en integriteit)
  • Afspiegeling (draagvlak en binding)
  • Vernieuwing en continuïteit (wendbaar blijven en tegelijk stabiel)

Diversiteit is een middel om deze vier doelstellingen te helpen bereiken. De Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid stelden een gezamenlijk plan van aanpak op om zowel pensioenfondsen als voordragende en benoemende organisaties van dienst te zijn bij het voldoen aan de eigen diversiteitsnormen.

Nieuws en achtergronden

In de Code Pensioenfondsen is opgenomen dat pensioenfondsen zich inspannen om het bestuur en (het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan) een redelijke afspiegeling van de belanghebbenden te laten zijn. Van belang is dat deze norm niet alleen van toepassing is op diversiteit op grond van leeftijd en geslacht, maar ook op de benodigde kennis en competenties en de representativiteit in relatie tot het totale bestand van belanghebbenden van het fonds.

De Code Pensioenfondsen regelt expliciet dat in het bestuur en het verantwoordingsorgaan (of belanghebbendenorgaan)

  • minimaal één persoon jonger en één persoon ouder dan 40 jaar zitting heeft en
  • minimaal één vrouw en één man zitting hebben.

De normen 65 tot en met 71 van de Code gaan over de diversiteit.

De pensioensector stelde een eigen Monitoringcommissie Code Pensioenfondsen in. Deze commissie signaleerde in de afgelopen drie nalevingsrapportages dat de pensioensector nog achterblijft bij de eigen diversiteitsnormen. Dat is de Tweede Kamer niet ontgaan die daarover twee moties aannam:

Diversiteit heeft nadrukkelijk de aandacht van de minister, zo blijkt uit zijn brief van 8 maart 2018. Moties van de Tweede Kamer en ook schriftelijke vragen van de Eerste Kamer van 10 april 2018 dragen bij aan de toegenomen aandacht voor het onderwerp diversiteit.

De Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid slaan de handen ineen om gezamenlijk acties uit te werken die zij aankondigden in hun brief aan de Tweede Kamer van 15 juni 2018. Het plan van aanpak is op 14 november 2018 uitgebracht.

Openbare documenten