tweede_pijler voor themapagina

Doorsneepremie

Bij pensioenregelingen met een doorsneepremie betaalt de werkgever voor iedere deelnemer dezelfde premie. In de doorsneepremie zitten verschillende soorten solidariteit. De doorsneepremie ligt de laatste tijd onder vuur. Het betalen van dezelfde premie staat niet zo zeer ter discussie, maar wel wat de deelnemer voor die premie terugkrijgt in de vorm van pensioenopbouw.

Inzet Pensioenfederatie

De Pensioenfederatie meent dat de huidige doorsneepremie niet per definitie onwenselijk is. Er zitten zowel voor- als nadelen aan de huidige premiesystematiek.

  • De transitie naar een nieuw pensioencontract moet eerlijk, transparant en evenwichtig zijn voor alle deelnemers. De kosten mogen niet eenzijdig bij bepaalde groepen of generaties terecht komen.
  • De Pensioenfederatie heeft in haar eigen onderzoek naar een nieuw pensioencontract de vraag meegenomen wat het betekent als de huidige doorsneesystematiek wordt afgeschaft.
Nieuws en achtergronden

In de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet BPF 2000) is opgenomen dat verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen een doorsneepremie moeten gebruiken. Verder kennen ingevolgde de Wet verplichte beroepspensioenregeling ook beroepspensioenfondsen een doorsneepremie. Ook zijn er fondsen die vrijwillig een doorsneepremie hanteren.

Door het hanteren van een doorsneepremie betaalt de werkgever voor elke deelnemer, ongeacht geslacht, leeftijd, burgerlijke staat of gezondheid dezelfde premie. Deelnemers krijgen hiervoor dezelfde pensioenopbouw.
In de doorsneepremie zitten dus verschillende soorten solidariteit. Eén van de solidariteitsvormen krijgt de laatste tijd veel kritiek, namelijk de leeftijdssolidariteit.
De kritiek is dat jongere werknemers te veel premie betalen in vergelijking met oudere werknemers voor het pensioen dat ze ermee opbouwen. Het betalen van dezelfde premie voor elke werknemer staat niet zo zeer ter discussie, maar wel wat de deelnemer voor die premie terugkrijgt in de vorm van pensioenopbouw.

In de discussie over de toekomst van het pensioenstelsel staat de huidige doorsneesystematiek ter discussie.

Andere tijden
De huidige doorsneesystematiek is ontstaan in een situatie dat het aantal jongere en oudere werknemers redelijk in balans was en werknemers langdurig in dezelfde bedrijfstak of zelfs bij dezelfde werkgever werkten. De afgelopen decennia zijn zowel de demografie als de arbeidsmarkt drastisch veranderd. Er zijn relatief veel minder jongeren ten opzichte van ouderen en levenslang werken bij dezelfde werkgever  maakt steeds meer plaats voor flexibelere arbeidspatronen.

Loslaten doorsneesystematiek
In de notitie hoofdlijnen van een toekomstbestendig pensioenstelsel (juli 2015) heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) al de aftrap gegeven om de doorsneesystematiek los te laten. De voorlopige voorkeur van de staatssecretaris gaat uit naar een systeem van degressieve pensioenopbouw: alle werknemers binnen een pensioenregeling betalen dezelfde premies, maar de opbouw van de pensioenaanspraak neemt af met de leeftijd.
De staatssecretaris heeft op 8 juli 2016 de Perspectiefnota Toekomst Pensioenstelsel naar de Kamer gestuurd, waarin het kabinet een volgende stap zet op weg naar een eigentijds pensioenstelsel. Het kabinet vindt twee varianten voor een nieuw pensioencontract interessant: de variant op basis van persoonlijk pensioenvermogen (de zogenoemde variant 4C) en de variant op basis van een toegezegde (maar onzekere) uitkering (1B genaamd).

Leeftijdsonafhankelijke premies
De Sociaal Economische Raad (SER) heeft in mei 2016 de verkenning van het persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling gepubliceerd. De SER gaat in deze verkenning ook apart in op de premiesystematiek en concludeert dat, met het oog op de arbeidsmarktpositie van oudere werknemers, de voorkeur uitgaat naar leeftijdsonafhankelijke premies voor een regeling met persoonlijk pensioenvermogen en collectieve risicodeling.

Voorlichting Raad van State over afschaffing doorsneepremie
Staatssecretaris Klijnsma heeft op 14 juli 2017 de voorlichting van de Raad van State over afschaffing van de huidige doorsneesystematiek zonder begeleidend commentaar aan de Tweede Kamer gestuurd. De voorlichting van de Raad van State heeft betrekking op de (Europees) juridische aspecten van een overstap op een doorsneepremie met degressieve pensioenopbouw van aanspraken. De voorlichting beoogt twee vragen te beantwoorden: hoe verhoudt deze keuze zich tot het verbod op leeftijdsdiscriminatie en welke betekenis heeft het afschaffen van de doorsneesystematiek voor de houdbaarheid van de verplichtstelling?

Het oordeel van de Raad van State en de reactie van de Pensioenfederatie hierop zijn te vinden in dit bericht.

Openbare documenten