tweede_pijler voor themapagina

Nieuwe pensioenovereenkomst

Met de financiële crisis zijn de kwetsbaarheden van het huidige stelsel van regelingen bij pensioenfondsen voor iedereen voelbaar geworden. Het kabinet pleit voor fundamentele aanpassingen van het pensioenstelsel, maar wil wel de uitgangspunten collectiviteit, solidariteit en verplichtstelling handhaven. Twee varianten uit de SER-studie zijn interessant om verder te verkennen.

Inzet Pensioenfederatie

De Pensioenfederatie onderschrijft de uitgangspunten die het kabinet heeft geformuleerd voor de aanpassing van het pensioenstelsel. Daarom heeft de Pensioenfederatie de krachten uit de achterban verenigd om de verkenning uit te voeren waar in de Perspectiefnota toe wordt opgeroepen. De Pensioenfederatie heeft beide prototypen onderzocht op de financiële, juridische, communicatieve en uitvoeringsaspecten. Beide prototypen zijn ook getest aan de hand van de data van tien pensioenfondsen.

Nieuws en achtergronden

Het kabinet heeft op 8 juli 2016 de Perspectiefnota Toekomst pensioenstelsel uitgebracht. In deze nota pleit het kabinet voor fundamentele aanpassingen van het pensioenstelsel. Daarbij stelt het kabinet dat collectiviteit, solidariteit en verplichtstelling de fundamenten zijn waarop het stelsel is gebouwd en dat dit ook belangrijke uitgangspunten zijn voor de toekomst.

Vanuit die uitgangspunten meent het kabinet dat twee, in de studie van de SER van mei 2016 beschreven, prototypen-contract interessant zijn om verder te verkennen. De twee varianten zijn: het persoonlijke pensioenvermogen met uitgebreide risicodeling en de ambitieovereenkomst met collectieve risicodeling waarin aanspraken worden verdisconteerd op basis van de risicovrije rente.

Voor- en nadelen prototypen
De achterban heeft beide prototypen onderzocht. De vier deelonderzoeken en de toets bij tien pensioenfondsen laten zien dat de beide prototypes kunnen werken en voor- en nadelen kennen.

Ambitieovereenkomst
De ambitieovereenkomst draagt het risico in zich dat de verplichte leeftijdsafhankelijke degressieve opbouw van aanspraken als ongeoorloofde leeftijdsdiscriminatie wordt gezien. Daarnaast kent de SER-modellering van de ambitieovereenkomst een ongelimiteerde negatieve buffer, hetgeen wellicht overmatig doorschuiven van tekorten naar toekomstige generaties tot gevolg heeft. Daar staat tegenover dat dit prototype de mogelijke welvaartswinst van risicodeling ten volle benut en bij slechte rendementen meer bescherming geeft aan deelnemers dan die van het persoonlijk pensioenvermogen.

Persoonlijk pensioenvermogen
Het persoonlijk pensioenvermogen zoals in de SER-verkenning gemodelleerd laat de mogelijk welvaartswinst liggen die risicodeling oplevert. Voorts geeft dit prototype, zonder nadere aanpassingen, bij een transitie in een periode van lage dekkingsgraden negatieve uitkomsten voor de huidige gepensioneerden. Daar staat tegenover dat de communicatie van dit prototype meer kans biedt om misstanden bij de deelnemer weg te nemen dan bij de ambitieovereenkomst. Het persoonlijk pensioenvermogen kent geen doorsneesystematiek en brengt geen risico’s met zich mee ten aanzien van leeftijdsdiscriminatie.

De uitkomsten van de vier deelonderzoeken bieden perspectief op een doorontwikkeling van beide contracten. Die verdere doorontwikkeling zou zich kunnen richten op een prototype waarbij aan de geconstateerde nadelen tegemoet kan worden gekomen en tegelijkertijd de sterke punten van beide prototypen gecombineerd kunnen worden.

Alternatief contract
De Pensioenfederatie is van mening dat er grote behoefte is aan een alternatief contract naast de bestaande contracten. De ontwikkeling van de dekkingsgraden bij vele fondsen de laatste jaren, het gebrek aan perspectief bij die fondsen om op afzienbare termijn weer te kunnen indexeren, de jaar op jaar onzekerheid of er wel of niet gekort gaat worden; het zijn slechts een paar redenen om nu door te pakken. Daarnaast is er een politieke en maatschappelijke werkelijkheid die maakt dat er stappen moeten worden gezet. Het vertrouwen in het huidige stelsel is laag, de pensioencontracten zijn te weinig transparant en de doorsneesytematiek staat onder grote druk.

Sociale partners en de pensioensector hebben een grote gezamenlijke verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid willen we waar maken. Het kabinet zal echter ook een bijdrage moeten leveren aan het in stand houden van een goed pensioenstelsel. Naast de verplichtstelling is een eenvoudige en passende fiscale facilitering voor de aanvullende pensioenen cruciaal. 

(Laatst bijgewerkt november 2016)

 

Openbare documenten