tweede_pijler voor themapagina

Implementatie IORP II-richtlijn

Op 13 januari 2017 is de herziene IORP-richtlijn in werking getreden. Vanaf die datum hebben EU-lidstaten 2 jaar de tijd om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving.

Minister Koolmees (SZW) heeft op 13 april 2018 de implementatiewet van de herziene IORP-richtlijn aangeboden aan de Tweede Kamer tot wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Wet op het financieel toezicht. Op 18 oktober 2018 is de Tweede Kamer akkoord gegaan met de implementatiewet. De beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari 2019.

Inzet Pensioenfederatie

Bij de omzetting van de richtlijn in Nederlandse wetgeving hebben wij speciale aandacht gehad voor de bepalingen over de sleutelfuncties en de communicatievereisten.

Ruimte bij het inrichten van sleutelfuncties, geen directe relatie met three-lines-of-defence model
De implementatiewet maakt duidelijk dat er ruimte wordt geboden aan pensioenfondsen om de voorschriften rond de drie sleutelfuncties fondsspecifiek in te richten. Dat er ruimte bestaat voor het inrichten van de sleutelfuncties waarderen wij positief. Waar in de markt eerder nog geluiden te horen waren dat deze sleutelfuncties gekoppeld zouden moeten worden aan het zogeheten ‘three-lines-of-defense-model’ blijkt uit de implementatiewet dat dit niet het geval is. Voor de Pensioenfederatie is belangrijk dat pensioenfondsen de ruimte houden voor eigen, weloverwogen keuzes en zo een passend governance-model kunnen neerzetten.
 
Een aandachtspunt is of er straks voldoende implementatietijd wordt gegeven voor de inrichting van de verschillende sleutelfuncties. De combinatie van de wet en de lagere regelgeving is belangrijk.

IORP II leidt tot extra informatieverplichtingen
IORP II leidt tot extra informatie op het UPO. Van de extra informatieverplichtingen heeft met name de weergave van het bereikbaar pensioen met scenario’s veel impact. Met betrekking tot het opnemen van de scenario’s wordt er in het wetsvoorstel een link gelegd met de Uniforme Rekenmethodiek. De Pensioenfederatie is met SZW overeengekomen dat de weergave in scenario’s, anders dan de overige extra informatie, pas op het UPO 2020 hoeft te worden opgenomen. Deze afspraak is als overgangsbepaling in het wetsvoorstel verwerkt. 
 
Gelaagde informatie moet uitgangspunt blijven
Uit de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel volgt verder dat gelaagde informatieverstrekking niet is toegestaan indien het UPO schriftelijk wordt verstrekt. Dit sluit echter onvoldoende aan op de Nederlandse praktijk. Als gelaagde en daarmee beknopte informatieverstrekking op het UPO niet meer mogelijk is, heeft dit een negatieve invloed op de begrijpelijkheid en leesbaarheid van het UPO. Wij hechten er daarom aan dat de impact hiervan geëvalueerd wordt. Als inderdaad blijkt dat de gevolgen hiervan voor deelnemers nadelig zijn, dan zullen wij SZW oproepen te bezien of aanpassing van de wet mogelijk is, zodat er meer gebruik wordt gemaakt van de ruimte die de IORP II-richtlijn naar onze mening biedt voor gelaagde informatieverstrekking. 
 
Informatieverstrekking aan gewezen deelnemers is aandachtspunt i.v.m. lastenverzwaring
Door de IORP II-richtlijn moeten gewezen deelnemers jaarlijks een UPO krijgen, terwijl het in Nederland gebruikelijk was om gewezen deelnemers slechts eens in de vijf jaar een UPO te sturen. De oplossing die in de implementatiewet wordt geboden voor de jaarlijkse informatieverstrekking aan gewezen deelnemers, komt tegemoet aan de wens lastenverzwaring zoveel mogelijk te voorkomen. Deze informatie dient eenmaal per vijf jaar actief te worden aangeboden en mag de overige vier jaar op de website van het fonds worden vermeld. 
 
Pensioenfederatie pleit voor voldoende implementatietijd
Tot slot merken wij op dat de implementatietermijn van IORP-II voor de pensioenfondsen erg krap is. SZW stuurt aan op een inwerkingtredingsdatum van de implementatiewet van 1 januari 2019. Dat is kort dag, aangezien veel nadere uitwerking plaatsvindt in een algemene maatregel van bestuur. De definitieve versie van deze amvb zal pas in het vierde kwartaal van 2018 bekend worden. Dat maakt een gedegen implementatie van de richtlijn door de pensioenfondsen per 1 januari 2019 vrijwel ondoenlijk.

Nieuws en achtergronden

De IORP-richtlijn (Institutions for Occupational Retirement Provision Directive) is de Europese richtlijn voor pensioenen.

Het doel van de IORP II-richtlijn is het bevorderen van de verdere ontwikkeling van tweede pijler pensioenen in de Europese Unie. In Nederland hebben wij al een goed tweede pijler pensioen, de richtlijn heeft dan ook minder impact voor Nederland dan voor andere EU lidstaten. Mede hierdoor, en dankzij een succesvolle lobby in Brussel bij de herziening van de IORP-richtlijn, is de impact van de richtlijn voor de Nederlandse pensioensector redelijk gering gebleven.
Zie ook onze Europese pagina over IORP II

Voor Nederland heeft de richtlijn vooral gevolgen voor enkele bepalingen rondom de governance (met name het inrichten van de drie sleutelfuncties, risicobeheer, actuariaat en interne audit), risicomanagement, ESG en communicatie van pensioenfondsen richting hun deelnemers. Verder versterkt de herziene richtlijn de positie van deelnemers en pensioengerechtigden bij een grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht. Hun positie is door de nieuwe richtlijn versterkt door goedkeuring door hun vertegenwoordigers noodzakelijk te maken en de toetsingscriteria voor de nationale toezichthouder (DNB) wettelijk te verankeren.

Openbare documenten