tweede_pijler voor themapagina

Verbeterde premieregeling

De wet Verbeterde premieregeling regelt dat deelnemers aan een premieovereenkomst de keuze hebben hun opgebouwde pensioenkapitaal in de uitkeringsfase (deels) te laten doorbeleggen. Dit maakt het pensioen minder afhankelijk van de rentestand op een bepaald moment. Doorbeleggen betekent dat het pensioen in hoogte kan variëren en leidt naar verwachting tot een hoger pensioenresultaat. Zeker is dat niet. Het is ook mogelijk om voor een vaste uitkering te kiezen.

Inzet Pensioenfederatie

De Pensioenfederatie heeft zich ingespannen dat het wetsvoorstel Wet verbeterde premieregeling van kracht daadwerkelijk uitvoerbaar voor pensioenfondsen zou zijn. De Pensioenfederatie was op de hoofdlijnen van het voorstel positief, maar pleitte voor een aantal aanpassingen:

  • Beperkte vrijheid voor deelnemers om op de pensioendatum een andere uitvoerder voor de vaste of variabele pensioenuitkering aan te wijzen: een beperkt shoprecht dus. Deze aanpassing is overgenomen. Deelnemers kunnen daardoor alleen shoppen naar de uitkeringsvorm, vast of variabel, die hun eigen pensioenuitvoerder niet biedt. Shoppen bij een ander pensioenfonds kan bovendien alleen als de deelnemer daar al aanspraken heeft. Het oorspronkelijke plan voor een breed shoprecht had voor pensioenuitvoerders een belemmering kunnen zijn bij de opbouw van voldoende grote toedelingskringen om collectief risico’s mee te delen.
  • Een gelijk projectierendement voor de individuele en de collectieve variant, zodat de startuitkering in beide varianten gelijk is. Ook deze aanpassing is overgenomen. In het plan was sprake van een verschil waardoor de startuitkering in de collectieve variant lager zou kunnen zijn en pensioenfondsen in de beeldvorming op achterstand zouden kunnen komen.
  • De mogelijkheid om af te wijken van de vaste pensioenuitkering als standaardoptie (default) omdat dit het opzetten van collectiviteitskringen in de weg kan staan en daarmee het succes van de collectieve variant. In de wet is nu opgenomen dat voor de deelnemers in de collectieve variant waarbij deelnemers tijdsevenredig ingroeien in het collectief toedelingsmechanisme de default de variabele pensioenuitkering is.
Nieuws en achtergronden

De Wet verbeterde premieregeling is op 1 september 2016 ingegaan. De wet creëert mogelijkheden om het opgebouwde pensioenkapitaal bij premieovereenkomsten in de uitkeringsfase (deels) risicodragend te laten doorbeleggen, risico’s met anderen te delen en tegenvallers in de tijd over een periode van maximaal 10 jaar te spreiden. Dit maakt het pensioen minder afhankelijk van de rentestand op een bepaald moment. Doorbeleggen leidt naar verwachting tot een hoger pensioenresultaat, maar dat is geen zekerheid. De keuze voor een vaste uitkering blijft ook bestaan. De pensioenuitvoerder die een spreidingsperiode voor mee- en tegenvallers van langer dan vijf jaar aanbiedt, moet de deelnemer expliciet informeren over de relevante gevolgen en risico’s daarvan.

Wat er aan vooraf ging
De uitwerking van de hoofdlijnennota 'Optimalisering wettelijk kader premieovereenkomsten' van staatssecretaris Klijnsma resulteerde in het voorjaar van 2015 in het wetsvoorstel Variabele pensioenuitkering. In de zomer van 2015 heeft de Pensioenfederatie gereageerd op de consultatie van het Wetsvoorstel over de variabele pensioenuitkering. Na een groot aantal aanpassingen werd het wetsvoorstel half november 2015 aan de Tweede Kamer aangeboden.  De voornaamste heikele punten bleken het brede shoprecht  en het voorschrift dat in de individuele en de collectieve variant werd gerekend met een verschillend projectierendement. In dezelfde periode kwam Tweede Kamerlid Helma Lodders (VVD) met een initiatiefwetsvoorstel 'Pensioen in pensioeneenheden' met sterke raakvlakken met Klijnsma’s voorstel.

Beide wetsvoorstellen zijn samengevoegd in het Wetsvoorstel verbeterde premieregeling. Daarbij dook een nieuw obstakel op: de default-optie van de vaste uitkering. Dit kon het opzetten van collectiviteitskringen alsnog in de weg staan en daarmee het succes van de collectieve variant. Voor de deelnemers in de collectieve variant is de default de variabele pensioenuitkering geworden, wat hun recht om te kiezen voor een vaste uitkering niet wegneemt.

Op 10 maart 2016 heeft de Tweede Kamer het voorstel van Wet verbeterde premieregeling aangenomen. Op 24 mei heeft de Eerste Kamer het voorstel beoordeeld. Na vragen van de Eerste Kamer is de spreidingstermijn van mee- en tegenvallers verlengd van maximaal 5 naar maximaal 10 jaar. Een van de punten die verder veel vragen opriep was de invulling van de zorgplicht. DNB heeft hierover uitvoerige guidance voor pensioenuitvoerders opgesteld. Zie hiervoor de link onder Openbare documenten onderaan deze themapagina.

De Eerste Kamer heeft op 14 juni 2016 ingestemd met de wet Verbeterde premieregeling. De wet is 1 september 2016 in werking getreden. 

Openbare documenten

  • De openbare documentatie rondom de totstandkoming van de wetgeving vindt u in chronologische volgorde hier.  
  • Guidance van DNB bij de Wet verbeterde premieregeling vindt op deze plek.
  • Guidance van de AFM bij de Wet verbeterde premieregeling vindt u op dit adres.

Servicedocumenten voor leden