Europa themapagina

Europees pensioenbeleid

Europese regelgeving raakt ook het Nederlandse pensioenbeleid. De Europese Commissie ziet pensioenfondsen als financiële instellingen en daarom is Europese wetgeving van toepassing. Ook wil de Europese Commissie dat iedere EU-burger een adequaat pensioen kan opbouwen om een armoedeval onder ouderen te voorkomen.

Pensioenfondsen vallen onder de Richtlijn voor IORP’s: Institutions for Occupational Retirement Provisions. De IORP-Richtlijn legt minimumvereisten neer, waarbinnen lidstaten zelf het arbeidsrechtelijke, sociale en prudentiële kader kunnen bepalen.

Daarnaast spelen in veel Europese landen dezelfde maatschappelijke trends die een uitdaging vormen voor het nationale pensioenbeleid. De EU kan daarom een adviserende rol spelen bij de promotie van de tweede pijler en het vinden van oplossingen voor:

  • De vergrijzing van hun bevolking.
  • Een flexibilisering van de arbeidsmarkt met precaire situaties voor zelfstandigen en werkenden in de zogenoemde gig-economie of platformeconomie. Deze groepen hebben niet tot nauwelijks toegang tot aanvullende pensioenen.

De Pensioenfederatie volgt de Europese ontwikkelingen nauwlettend en zet zich in om in het belang van onze leden en hun deelnemers Europees beleid goed te laten aansluiten bij de Nederlandse pensioensituatie.

Het Europese pensioenbeleid speelt een rol bij de volgende thema’s:

  • IORP

    Sinds januari 2019 is de herziene versie van de IORP-richtlijn van kracht (IORP II). De doelen van de herziening waren meer transparantie, het faciliteren van grensoverschrijdende activiteiten en het aanpassen van de governancevereisten.

    De richtlijn is omgezet in nationale wetgeving. Voor de Nederlandse pensioenfondsen, die op het gebied van communicatie met de deelnemer, transparantie en governance in Europa voorop lopen, is de impact van IORP II tamelijk gering. De Pensioenfederatie vindt de nieuwe richtlijn op hoofdlijnen goed.

    Er zijn ook enkele aandachtspunten. Zo  sluiten de regels rondom communicatie niet helemaal aan bij de ontwikkelingen in Nederland. De regels laten te weinig ruimte voor digitale communicatie en het  gelaagd aanbieden van informatie aan de deelnemer. De Pensioenfederatie zal zich in blijven inzetten voor meer flexibiliteit in deze regels. Daarnaast hebben wij aandacht geschonken aan de Nederlandse invulling van de regels rondom geschiktheid en sleutelfuncties, die verder gaan dan de vereisten in IORP II. Meer informatie daarover vindt u hier.

    De Europese Commissie en EIOPA zijn bezig met een evaluatie van de implementatie en effectiviteit van de IORP II-richtlijn. Deze evaluatie geeft aanleiding voor herziening van de richtlijn. Door vertraging van de nationale implementatie van de richtlijn in veel lichtstaten, komt het evaluatieproces later op gang. EIOPA heeft strikt genomen tot juli 2023 de tijd om technisch advies te geven en stakeholders te consulteren. Relevante aandachtspunten in de herziening van de IORP II-richtlijn worden waarschijnlijk communicatieregels, duurzame financiering, grensoverschrijdende IORP-activiteit en diversiteit in bestuursraden.

    Inzet Pensioenfederatie

    Met de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel, ligt er al veel werk op het bordje van Nederlandse pensioenfondsen. Het heeft daarom de voorkeur van de Pensioenfederatie dat een IORP II-richtlijn in beperkte mate aangepast wordt. De sociale rol van pensioenfondsen moet daarbij geborgd blijven.

    De Pensioenfederatie staat open voor een grotere rol van beleid rondom maatschappelijk verantwoord beleggen in de IORP-Richtlijn, maar vindt dat regels moeten aansluiten bij het collectieve karakter van pensioenfondsen. Ook is er meer flexibiliteit nodig in pensioencommunicatie. De Nederlandse pensioensector presenteert deelnemers graag begrijpelijke informatie in behapbare hoeveelheden en de huidige IORP-Richtlijn zit daarbij in de weg.

    Openbare documenten
  • Promotie tweede pijler

    Europese landen zien zich geconfronteerd met gemeenschappelijke uitdagingen van de vergrijzing, de financiële houdbaarheid van pensioenstelsels en de flexibilisering van arbeidsmarkten. Hoewel sociaal beleid primair onder de competentie van de lidstaten valt, speelt de EU een adviserende en coördinerende rol. Zo doet de Europese Commissie regelmatig aanbevelingen over pensioenstelsels aan Eurolanden in de context van de Europese begrotingsregels, het zogenoemde Europese semester.

    Daarnaast hebben de Europese lidstaten, in november 2017, 20 principes voor een Europese sociale pijler (European Pillar of Social Rights) aangenomen. De lidstaten en Europese instellingen delen de politieke verantwoordelijkheid voor het implementeren van de 20 principes, maar ze leiden niet tot Europese wetgeving op het gebied van pensioenen. Een scorebord monitort de implementatie van de principes. Ook publiceert de EU om de paar jaar een Ageing Report en Pension Adequacy Report met analyses en vergelijkingen tussen lidstaten.

    Inzet Pensioenfederatie

    De belangrijkste prioriteit voor de Pensioenfederatie is een adequaat en houdbaar pensioen. Daarom zet de Pensioenfederatie erop in om bedrijfspensioenen op Europees niveau te bevorderen, waarbij de lidstaten de ruimte behouden om zelf hun pensioenstelsel in te richten. Daarbij zijn de volgende principes leidend voor de Pensioenfederatie:

    • Adequaatheid, houdbaarheid, kostenefficiëntie en betrouwbaarheid van pensioenen.
    • Een evenwichtig multi-pijler pensioensysteem.
    • Mogelijke collectieve pensioensystemen met risicodeling en verplichte deelname of auto-enrollment mechanismen.

    Concreet zou de Pensioenfederatie graag zien dat lidstaten doelen moeten stellen voor de ambitie van hun eigen pensioenstelsel op het gebied van adequaatheid, als onderdeel van het Europese semester. De Europese Unie zou dan jaarlijks de voortgang monitoren en benchmarken. Meer informatie vindt u hier in onze position paper over de Capital Markets Union.

    Nieuws en achtergronden 

    De nieuwe Europese Commissie heeft een green paper (discussiestuk) gepubliceerd over de vraag hoe met vergrijzing om te gaan. De EU heeft ook een expertgroep bijeengeroepen die in 2020 adviseerde te blijven bij ‘minimale harmonisatie’ van pensioenregelgeving en om te komen met een blauwdruk voor goede DC-regelingen.

    In 2018 heeft de Europese Commissie in het kader van de European Pillar of Social Rights gepresenteerd, die in 2021 is vertaald in een actieplan. Dit adresseert het pensioengat tussen mannen en vrouwen, spreekt zich uit voor een afdoende pensioen en genoeg middelen voor iedereen om, ook na pensionering, waardig te leven.

  • PEPP

    Sinds juni 2019 is er een verordening die pan-Europese derde pijlerpensioenproducten mogelijk zal maken. Deze Pan-European Personal Pension Products (PEPPs) zijn aanvullend, individueel en vrijwillig van aard.

    Het doel van PEPP is om het gemakkelijker te maken om in verschillende landen derde pijlerpensioen op te bouwen. In landen waar een eerste pijler- (AOW) en/of tweede pijlerpensioen (bedrijfspensioenvoorziening) niet voldoet, zou de PEPP een bijdrage kunnen leveren aan een adequaat pensioen voor burgers. Daarnaast beoogt de Commissie dat de beleggingen bijdragen aan de ontwikkeling van Europese kapitaalmarkten onder de vlag van de Kapitaalmarktunie.

    In het voorstel van de Europese Commissie was opgenomen dat ook IORPs (pensioenfondsen) – naast bijvoorbeeld verzekeraars – PEPPs moeten kunnen aanbieden. Vanuit het oogpunt van de Nederlandse taakafbakening is dit echter onwenselijk. Deze taakafbakening, vastgelegd in de Pensioenwet, regelt de afbakening van taken van pensioenfondsen en verzekeraars. Daarmee zijn beide partijen voor wat betreft hun domein en producten begrensd. Op basis hiervan is het Nederlandse IORPs niet toegestaan derde pijlerproducten zoals PEPPs aan te bieden.

    Inzet Pensioenfederatie

    In Nederland is de noodzaak van een dergelijk nieuw derde pijlerproduct naar verwachting niet groot. De Pensioenfederatie ziet graag dat de Europese Commissie investeert in het bemoedigen van pensioenopbouw in de tweede pijler. Dit levert vanwege collectiviteit en risicodeling een beter pensioenresultaat op voor de deelnemers. Een tweede pijler pensioen heeft schaalvoordelen en lagere kosten voor deelnemers. 

    De Pensioenfederatie vindt het onwenselijk dat de manier waarop het Nederlandse tweede pijlerpensioen is georganiseerd onder druk zou komen te staan door een voorstel dat betrekking heeft op een derde pijlerproduct. Daarom zijn we tevreden met de uiteindelijke verordening, die stelt dat pensioenfondsen alleen PEPPs mogen aanbieden indien de nationale wetgeving toestaat dat ze derde pijlerproducten aanbieden.

  • European Pensions Tracking System

    Voor mensen die in verschillende Europese lidstaten werken of hebben gewerkt en pensioen hebben opgebouwd, is het van belang om overzicht te houden op hun opgebouwde pensioen. De Europese Commissie wil daarom dat een Europees Pensioenregister wordt ontwikkeld. Pension Tracking Services, zoals mijnpensioenoverzicht.nl, stellen individuen in staat om hun pensioenopbouw te volgen en waar nodig actie te nemen. Ze bestaan echter nog maar in een beperkt aantal lidstaten.

    In 2020 presenteerde de Europese Commissie het Actieplan voor de Kapitaalmarktunie met daarin actie om Pension Tracking Services en een Pension Dashboard te ontwikkelen. De Europese Commissie wil een ‘dashboard’ met indicatoren om de financiële duurzaamheid en adequaatheid van pensioensystemen in de lidstaten te kunnen meten. Op basis van dit Actieplan heeft EIOPA in 2021 een consultatie gehouden.

    Het European Pensions Tracking System project is opgepakt door een consortium van onder andere Nederlandse pensioenuitvoerders. De projectorganisatie werkt vanaf 2023 als permanente organisatie aan een Europese Pension Tracking Service waar data uit steeds meer landen beschikbaar wordt. Daarnaast wordt gewerkt aan een persoonlijk dashboard waar deelnemers informatie kunnen vinden over pensioenaanspraken in verschillende Europese landen.

    Inzet Pensioenfederatie

    De Pensioenfederatie onderschrijft het belang van de ontwikkeling van Pension Tracking Services in andere lidstaten. Dit is niet alleen belangrijk voor burgers in andere landen, maar ook een voorwaarde om op termijn de nationale systemen aan elkaar te knopen tot een Europees systeem. Zo kunnen Nederlandse pensioendeelnemers ook overzicht houden  over elders opgebouwde pensioenrechten. De Pensioenfederatie wil graag de Nederlandse expertise op het gebied Pension Tracking Services delen met andere Europese landen.

    De Pensioenfederatie reageert positief op de voorstellen van EIOPA ter invulling van het dashboard. Het is goed dat er op Europees niveau meer aandacht komt voor adequate pensioenen, omdat lange tijd vooral gekeken werd naar de betaalbaarheid. Het dashboard kan een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de tweede pijler in lidstaten waar pensioen nu nog vooral leunt op de eerste pijler.

    Openbare documenten
  • Grensoverschrijdend pensioen

    De zogenoemde Europese 'Portability’-richtlijn is een richtlijn voor verwerving en behoud van bedrijfspensioenen. Deze richtlijn heeft ervoor gezorgd dat mensen bij vertrek naar een andere Europese lidstaat hun bedrijfspensioenen behouden. Dit pensioen is daarmee geen belemmering meer voor arbeidsmobiliteit. De richtlijn voorziet in een minimumstandaard in alle lidstaten ten aanzien van het opbouwen en verwerven van pensioenrechten.

    De Europese 'Portability'-richtlijn gaat echter niet over het daadwerkelijk meenemen van bedrijfspensioenen naar een andere lidstaat. Meenemen van pensioenkapitaal is erg ingewikkeld vanwege verschillende technische, actuariële (zoals levensverwachting en pensioendatum) en fiscale aspecten tussen lidstaten.

    In de Pensioenwet is met ingang van 1 januari 2007 een aantal bepalingen opgenomen op het gebied van internationale individuele waardeoverdracht. De pensioenuitvoerder heeft hierbij een eigen verantwoordelijkheid gekregen. Om pensioenuitvoerders hierbij te helpen, heeft de Pensioenfederatie modelvragenlijsten ontwikkeld.