4. Instrumentarium: Beleid

Veel pensioenfondsen hebben reeds een verantwoord beleggingsbeleid, waarin zij beschrijven hoe in het beleggingsbeleid rekening wordt gehouden met Environmental, Social en Governance (ESG) factoren. Daarin verwijzen zij bijvoorbeeld naar de relevante standaarden, zoals OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen (OESO-richtlijnen) de UN Global Compact (UNGC), de UN Principles for Responsible Investment (UNPRI) de Sustainable Development Goals (SDG’s) of de G20/OESO Corporate Governance Principes.

Echter, niet alle Deelnemende Pensioenfondsen hebben beleid conform de OESO-richtlijnen en UN Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP’s). Ook hebben niet alle Deelnemende Pensioenfondsen bij het formuleren van hun ESG-beleid de OESO-richtlijnen en UNGP’s als uitgangspunt genomen. Het OESO-richtsnoer voor institutionele beleggers is daarvoor de leidraad. Voor de Deelnemende Pensioenfondsen geldt dat zij zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen twee jaar na inwerkingtreding van het Convenant (uiterlijk 1 januari 2021) het ESG-beleid in lijn brengen met de OESO-richtlijnen en UNGP’s. In deze paragraaf worden handvatten, aanwijzingen en voorbeelden gegeven om hier actief invulling aan te geven.

Hieronder vindt u per artikel van het IMVB-Convenant:

  • De naam van het document waar u de betreffende (voorbeeld)tekst kunt opnemen;
  • Een toelichting op de criteria uit de convenantstekst;
  • Bijpassende voorbeeldteksten, rekening houdend met de karakteristieken van verschillende pensioenfondsen.

  • Art. 3.1a Een commitment aan de OESO-richtlijnen en UNGP’s.
    Document

    (Verantwoord) Beleggingsbeleid

    Toelichting

    UNGP’s:
    Dit zijn door de VN opgestelde richtlijnen die duidelijk maken wat de rol van staten is en welke verantwoordelijkheid het bedrijfsleven heeft in relatie tot mensenrechten. De UNGP’s zijn een aanvulling op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en andere mensenrechtenstandaarden. De UNGP’s kennen drie pijlers: 'Protect', 'Respect' en 'Remedy'.

    OESO-richtlijnen:
    De OESO-richtlijnen zijn aanbevelingen die door de regeringen gezamenlijk worden gedaan aan multinationale ondernemingen. Ze bevatten beginselen en normen voor goed gedrag, in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetgeving en internationaal erkende normen.

    OESO-richtsnoer voor institutionele beleggers:
    Het richtsnoer bevat richtinggevende maar niet bindende richtlijnen voor de interpretatie van de OESO-richtlijnen. In het Convenant is afgesproken (o.a. in paragraaf 1.4) dat Partijen het richtsnoer zien als leidraad voor de implementatie van het Convenant.

    Voor een uitgebreidere toelichting zie ook het document met uitleg over de OESO-richtlijnen, UNGP’s en het OESO-richtsnoer op de website van de Pensioenfederatie.

    Voorbeeldtekst

    “[naam pensioenfonds] onderschrijft de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights. Daarbij gebruiken wij het OESO-richtsnoer voor institutionele beleggers als leidraad. Wij verwachten eveneens van onze externe fiduciaire managers, ESG-dienstverleners en/of vermogensbeheerders, en van ondernemingen waarin wij beleggen dat zij conform deze internationale standaarden handelen en dit publiekelijk kenbaar maken.”

  • Art. 3.1b Een beschrijving hoe het Deelnemende Pensioenfonds de verschillende ESG-due diligence stappen conform de OESO-richtlijnen en de UNGP’s invult en verankert in de uitbesteding, monitoring en rapportage van Externe Dienstverleners.
    Document

    (Verantwoord) Beleggingsbeleid

    Toelichting

    In 5 minuten legt Cedric Scholl in dit filmpje uit wat de OESO-richtlijnen en het Convenant vragen en hoe een ESG-due diligence proces eruit ziet.

    1. Inbedden van ESG in relevant beleid en managementsystemen.
    De OESO Handreiking voor maatschappelijk verantwoord ondernemen vraagt van ondernemingen het volgende:
    Stel op, onderschrijf expliciet en publiceer een combinatie van beleidsregels voor MVO-thema’s waaruit blijkt dat de onderneming zich committeert aan de principes en normen van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen.

    Omschrijf hierin de plannen van de onderneming voor de praktische toepassing van due diligence, die relevant zijn voor haar eigen activiteiten, toeleveringsketen en andere zakelijke relaties (zie punt 2).
    Het OESO-richtsnoer voor institutionele beleggers biedt een leidraad voor institutionele beleggers zoals pensioenfondsen voor het vormgeven van de ESG-due diligence procedure.

    Voorbeeldtekst

    “Wij geloven dat […] en daarom hebben wij bij de ontwikkeling van ons ESG-beleid de volgende internationale normen en verdragen als uitgangspunt genomen: […] “

    “We onderschrijven de ESG-due diligence stappen conform het OESO-richtsnoer.”

    “Wij streven via onze beleggingen naar (maatschappelijke) langetermijnwaardecreatie. In onze contracten met Externe Dienstverleners hebben wij daarom […]. “

    “De due diligence wordt uitgevoerd door […].”

    Toelichting

    2. Identificeren en beoordelen van daadwerkelijke en potentiële negatieve impact in de beleggingsportefeuille en bij potentiële beleggingen.
    Pensioenfondsen zijn verantwoordelijk voor het verzorgen van een goed pensioen en hebben een wettelijke fiduciaire plicht om financieel materiële ESG-factoren te integreren in de beleggingsaanpak.

    Het OESO-richtsnoer voor institutionele beleggers stelt dat: voor de doeleinden van de OESO-richtlijnen wordt due diligence gezien als het proces waarmee ondernemingen hun daadwerkelijke en potentiële negatieve impacts kunnen identificeren, voorkomen en mitigeren en hierover verantwoording afleggen als een integraal onderdeel van zakelijke besluitvormings- en risicobeheerssystemen. Due diligence kan worden opgenomen in bredere ondernemingsrisicobeheerssystemen, op voorwaarde dat het verder gaat dan alleen het identificeren en beheren van materiële risico's voor de onderneming zelf, dus inclusief de risico's van negatieve effecten met betrekking tot aangelegenheden die onder de richtlijnen vallen.

    Potentiële effecten moeten worden aangepakt door preventie of mitigering, terwijl daadwerkelijke effecten moeten worden aangepakt door middel van herstel en/of verhaal. De richtlijnen hebben betrekking op die negatieve impacts die door de onderneming worden veroorzaakt of waaraan de onderneming heeft bijgedragen, of die 'direct gelinkt' zijn.
    In toenemende mate wordt het niet overwegen van factoren voor lange termijn financiële waardecreatie, waaronder ESG-onderwerpen, in de beleggingspraktijk gezien als het niet voldoen aan de fiduciaire plicht.

    Volgens de UNGP’s en OESO-richtlijnen kunnen negatieve impacts worden geprioriteerd op basis van ernst (“severity”). Hoeveel gewicht er moet worden gegeven aan een (potentieel) negatieve impact wordt bepaald door een combinatie van de mate van waarschijnlijkheid en de ernst. De ernst van impacts wordt beoordeeld op basis van hun schaal, reikwijdte en mate van onomkeerbaarheid.

    • 'Schaal' verwijst naar de heftigheid van het negatieve gevolg.
    • Met 'reikwijdte' wordt het bereik van het gevolg bedoeld, bijvoorbeeld het aantal mensen dat wordt getroffen of kan worden getroffen of de omvang van de milieuschade.
    • De 'mate van onomkeerbaarheid' verwijst naar de grenzen aan de mogelijkheden om de situatie van de getroffen personen of het milieu te herstellen zodat deze overeenkomt met de situatie die voorafging aan het negatieve gevolg. Zie SHIFT: Explanatory Note on Prioritization for the Dutch Sector Covenant Process – February 2016 voor verdere toelichting.


    Het OESO-richtsnoer voor Institutionele beleggers stelt verder dat: bij het prioriteren wordt institutionele beleggers aanbevolen om relevante belanghebbenden te raadplegen, zoals hun deelnemers (in het geval van pensioenfondsen) of klanten (in het geval van vermogensbeheerders), evenals werknemersorganisaties en maatschappelijke organisaties die bekend zijn met ESG-kwesties. Dit helpt hen bij het stellen van prioriteiten op basis van de ernst van ESG-risico's die de relevante perspectieven van belanghebbenden weerspiegelen.

    Voorbeeldtekst

    “Bij het screenen van onze beleggingsportefeuille worden (potentiële) negatieve impacts op samenleving en milieu geïdentificeerd. Daarbij worden de meest ernstige negatieve impacts geprioriteerd op basis van:

    • Schaal
    • Reikwijdte
    • Mate van onomkeerbaarheid

    Tevens wordt de mate van waarschijnlijkheid meegewogen.”

    “Bij het beoordelen van onze geïdentificeerde daadwerkelijke en potentiële negatieve impact betrekken wij waar relevant externe belanghebbenden en experts, zoals […].

    De verdere invulling hiervan staat beschreven in: [...] Het gaat hier om beleid van het pensioenfonds zelf en niet om beleid van Externe Dienstverleners.

    Toelichting

    3. Negatieve impacts voorkomen en/of mitigeren.
    Due diligence is erop gericht om (potentiële) negatieve impact te identificeren en te voorkomen en indien nodig te mitigeren.

    In de meeste gevallen zal het pensioenfonds slechts een minderheidsaandeel in zo’n bedrijf hebben, en vanuit die positie niet actief bijdragen (‘contribute to’ in OESO-richtlijnen) aan de nadelige gevolgen voor het betreffende ESG-thema. Echter, wanneer een pensioenfonds belegd is in een onderneming die negatieve impact veroorzaakt, is het pensioenfonds volgens de OESO-richtlijnen ‘direct gelinkt’ aan die impact. In het laatste geval wordt het pensioenfonds geacht om de invloed die hij/zij op het bedrijf heeft aan te wenden, zodat het bedrijf wordt bewogen om gepaste maatregelen te nemen. Zie ook: Addressing adverse impacts (p. 35 figuur 1) in de OESO-richtsnoer voor institutionele beleggers.

    Voorbeeldtekst

    “Wanneer ondernemingen in onze beleggingsportefeuille (potentieel) negatieve impact veroorzaken gebruiken wij onze invloed om deze impact te voorkomen en/of te mitigeren en herstel en/of verhaal mogelijk te maken.

    Dit doen wij onder andere via engagement en/of door te stemmen op aandeelhoudersvergaderingen.”

    “Wanneer ondernemingen waarin wij beleggen negatieve impact hebben veroorzaakt c.q. daaraan hebben bijgedragen, verlangen wij dat zij herstel en/of verhaal voor benadeelden bieden c.q. daaraan bijdragen. Wanneer ondernemingen waarin wij beleggen direct verbonden zijn met de negatieve impact, verlangen wij dat zij hun invloed aanwenden om herstel en/of verhaal voor benadeelden mogelijk te maken. Wanneer wij zelf ernstige negatieve impact veroorzaakt hebben c.q. hieraan hebben bijgedragen zullen wij zelf herstel en/of verhaal voor benadeelden bieden c.q. daaraan bijdragen.”

    “De invulling van ons engagement- en stembeleid vindt u hier […]”

    “In het uiterste geval kunnen wij besluiten om te desinvesteren. Daarbij nemen wij ook de (potentiële) nega­tieve gevolgen van de desinvestering op maatschappij en milieu mee”.

    Toelichting

    4. Monitoring van implementatie en resultaten.

    Voorbeeldtekst

    “Wij monitoren de voortgang en impact van ons ESG-beleid door [periode] een rapportage te ontvangen van [Externe Dienstverlener] en hierover in gesprek te gaan. Waar nodig sturen wij dan bij.”

    “Jaarlijks leggen wij aan onze deelnemers en anderen belanghebbenden verantwoording af door [geef aan waar verantwoording wordt afgelegd, bijvoorbeeld publieke rapportage, stakeholder meeting, statement op de website]”

  • Art. 3.1c Een toelichtende tekst op thematische aandachtsgebieden, inclusief gebruik van standaarden, die de Deelnemende Pensioenfondsen op basis van informatie komende uit een ESG-due diligence procedure als risicovol beoordelen, en op thematische aandachtsgebieden die volgen uit prioriteiten van de achterban van het betreffende Deelnemende Pensioenfonds.
    Document

    (Verantwoord) Beleggingsbeleid

    Toelichting

    Op de pagina 'Instrumentarium: thema’s' vindt u informatie over diverse thema’s die u helpt om een toelichtende tekst te maken op thematische aandachtsgebieden.

  • Art. 3.1d Informatie over de activiteiten waar het individuele Deelnemende Pensioenfonds niet in zal beleggen.
    Document

    (Verantwoord) Beleggingsbeleid

    Toelichting

    Er zijn verschillende manieren waarop een pensioenfonds hier invulling aan kan geven. Hieronder worden een drietal voorbeelden uitgewerkt:

    • Uitsluitingen: sommige pensioenfondsen hebben specifieke criteria op basis waarvan zij beleggingen uitsluiten van het beleggingsuniversum;
    • Insluitingen: andere fondsen hebben juist criteria op basis waarvan zij ondernemingen insluiten in het beleggingsuniversum;
    • Indexaanpassingen: sommige fondsen hebben een aangepaste beleggingsindex.


    Het kan zijn dat meerdere van de bovenstaande opties op uw pensioenfonds van toepassing zijn. Wanneer (een van) de opties alleen op specifieke beleggingscategorieën van toepassing is, kunt u dat aangeven.

    Voorbeeldtekst

    “Wij beleggen niet in [producten/activiteiten] omdat [afweging waarom deze activiteiten/producten zijn uitgesloten]. We hanteren hierbij de volgende definitie: [kwalitatieve en/of kwantitatieve omschrijving, bijvoorbeeld nadere definitie van de producten/activiteiten en grenspercentage van omzet van een onderneming uit bepaalde producten/activiteiten]. Dit is van toepassing op de [alle beleggingen/de volgende beleggingscategorieën: betreffende categorieën].”

    “Wij beleggen alleen in [activiteiten/producten/ondernemingen/overheden] die voldoen aan de volgende criteria: [criteria]. Dit is van toepassing op de [alle beleggingen/de volgende beleggingscategorieën: betreffende categorieën].”

    “Wij hebben onze beleggingsindex voor de beleggingscategorie [betreffende categorie] samengesteld op basis van de volgende criteria: [criteria].”

  • Art. 3.1e De stemaanpak voor beursgenoteerde ondernemingen en de engagement aanpak voor beursgenoteerde ondernemingen en corporate credits, direct of via de uitbesteding, gericht op het stimuleren van langetermijnwaardecreatie bij ondernemingen.
    Document

    Stembeleid / stemrichtlijnen

    Toelichting

    Stemaanpak
    Voor de stemaanpak voor beursgenoteerde ondernemingen kunt u de volgende teksten als voorbeeldtekst gebruiken:

    De hieronder opgenomen voorbeeldtekst is grotendeels gebaseerd op principe 7 van de Nederlandse Stewardship Code.

    Voorbeeldtekst

    “Wij oefenen ons stemrecht en andere aan aandelen verbonden rechten in beursgenoteerde ondernemingen waarin is belegd op een geïnformeerde manier uit. Dit doen we bij [alle beursgenoteerde ondernemingen waarin we beleggen/omschrijving van de selectie van beursgenoteerde ondernemingen waar wordt gestemd].”

    “Middels onze stemaanpak houden wij toezicht op beursvennootschappen waarin is belegd ten aanzien van materiële aangelegenheden, waaronder, maar niet beperkt tot, het bedrijfsmodel van de vennootschap voor het creëren van langetermijnwaarde, de strategie van de vennootschap, prestaties en risico’s en kansen, de kapitaalstructuur, maatschappelijke en ecologische

    effecten, corporate governance en corporate actions zoals fusies en overnames. Materiële aangelegenheden zijn aangelegenheden die waarschijnlijk een significant effect zullen hebben op het vermogen van de onderneming om langetermijnwaarde te creëren.”

    “Wij publiceren op onze website: a) ten minste eenmaal per jaar/kwartaal hoe wij hebben gestemd op de algemene vergadering van de beursgenoteerde ondernemingen waarin wij belegd hebben, per individuele onderneming en per stempunt en b) ten minste eenmaal per jaar een algemene beschrijving van ons stemgedrag tijdens algemene vergaderingen van beursgenoteerde ondernemingen waarin wij belegd hebben en een toelichting bij de belangrijkste stemmingen. In het geval dat wij een stem uitbrengen tegen een voorstel van het bestuur of ons onthouden van stemming bij een voorstel van het bestuur, leggen wij de redenen voor ons stemgedrag op eigen initiatief of op verzoek van de beursgenoteerde onderneming uit aan het bestuur van die onderneming.”

    Document

    (Verantwoord) Beleggingsbeleid

    Toelichting

    Heeft uw pensioenfonds een eigen stembeleid of stemrichtlijnen? Dan kunt u daarnaar verwijzen.

    Voorbeeldtekst

    “Zie ons stembeleid/onze stemrichtlijnen: [link naar stembeleid/stemrichtlijnen].”

    Document

    (Verantwoord) Beleggingsbeleid

    Toelichting

    Sluit uw pensioenfonds zich aan bij het stembeleid/de stemrichtlijnen van (een) Externe Dienstverlener(s), bijvoorbeeld een fiduciair manager, specifieke ESG-dienstverlener of vermogensbeheerder, dan kunt u naar het stembeleid / de stemrichtlijnen van uw Externe Dienstverlener(s) verwijzen.

    U kunt dan bij de selectie van Externe Dienstverleners vragen in hoeverre hun stembeleid/stemrichtlijnen aansluiten bij de Nederlandse Stewardship Code.

    Voorbeeldtekst

    “Wij sluiten ons aan bij het stembeleid/de stemrichtlijnen van [naam Externe Dienstverlener(s)]: [link(s) naar het stembeleid/de stemrichtlijnen Externe Dienstverlener(s)]. Dit is van toepassing op [al onze beleggingen in beursgenoteerde aandelen/omschrijving van de typen beursgenoteerde aandelen waarop dit van toepassing is].”

    Document

    (Verantwoord) Beleggingsbeleid

    Toelichting

    Engagementaanpak
    In uw engagementbeleid gebruik maken van de onderdelen “Individual engagement” en “Collaborative engagement” (p.17) van de PRI Investment Policy Guide for Asset Owners. Belangrijke onderdelen om op in te gaan bij individuele engagement zijn:

    • Verwachtingen en doelen voor engagement;
    • Het proces voor het identificeren van ESG-risico’s en kansen op basis waarvan prioriteiten worden gesteld voor de dialoog met ondernemingen;
    • ESG-belangen/-zorgen waarover u engagement wilt voeren;
    • Hoe het succes van engagementactiviteiten gemeten wordt;
    • Escalatiestrategieën wanneer ondernemingen niet naar tevredenheid reageren;
    • Transparantie – de mate van rapportage over deze activiteiten.

    Voorbeeldtekst

    “Wij gaan in gesprek met bedrijven waar wij (potentiële) negatieve impacts hebben geïdentificeerd.

    • Engagement op basis van negatieve impact bevat voor ons vier doelstellingen:
      • De negatieve impact moet worden beëindigd;
      • De onderneming moet zorgen voor herstel en/of verhaal voor benadeelden;
      • De onderneming moet voldoende maatregelen nemen om toekomstige incidenten te voorkomen;
      • De onderneming moet transparant zijn over de genomen maatregelen.
    • Wij maken tijdsgebonden afspraken met bedrijven en monitoren de voortgang;
    • Indien nodig betrekken wij daarbij stakeholders, inclusief benadeelden: [partijen die u als stakeholder ziet];
    • Daarbij richten wij ons in het bijzonder op ESG-onderwerpen die:
      • Financieel materieel zijn;
      • De meest ernstige negatieve impact voor samenleving en milieu veroorzaken;
      • Voor onze deelnemers van belang zijn.
    • Wij beoordelen een engagementtraject als succesvol als alle tijdgebonden doelen bereikt zijn;
    • Wanneer ondernemingen niet binnen de vooraf gestelde termijn naar tevredenheid reageren op onze engagementinspanningen kunnen wij op de volgende manieren escaleren:
      • Samenwerking met andere beleggers aangaan/intensiveren om de dialoog meer kracht bij te zetten;
      • Stemmen, bijvoorbeeld:
        • Tegen de benoeming van relevante bestuurders;
        • Tegen het beloningsvoorstel van relevante bestuurders;
        • Op aandeelhoudersvoorstellen.
      • Samenwerking met andere stakeholders (bijvoorbeeld marktpartijen, vakbonden of maatschappelijke organisaties) aangaan/intensiveren om de dialoog meer kracht bij te zetten;
      • Publieke uitingen om de dialoog meer kracht bij te zetten;
      • Aandeelhoudersvoorstellen in lijn met de doelen van het engagementtraject (mede-)indienen;
      • Juridische procedures opstarten in lijn met de doelen van het engagementtraject.
    • Wij leggen jaarlijks in ons jaarverslag verantwoord beleggen verantwoording af over de engagementtrajecten die we in het jaar daarvoor gevoerd hebben. Voor zover dat geen afbreuk doet aan de effectiviteit van (lopende) engagementtrajecten rapporteren wij over de voortgang en resultaten van engagementtrajecten.”
  • Art. 3.1f Een omschrijving hoe (maatschappelijke) waardecreatie op de lange termijn als een leidend principe door het Deelnemende Pensioenfonds wordt gehanteerd.
    Document

    Beleggingsbeginselen, strategisch beleggingsbeleid en/of (verantwoord) beleggingsbeleid.

    Toelichting

    Principe 2 (p.31) van de Nederlandse Stewardship Code geeft een beschrijving van (maatschappelijke) waardecreatie op de lange termijn voor pensioenfondsen. Het gaat bij dit punt uit het Convenant over de totale beleggingsstrategie van het pensioenfonds. Dit in tegenstelling tot het vorige punt, 3.1e, over engagement en het stimuleren van langetermijnwaardecreatie bij ondernemingen waarin wordt belegd. Het hanteren van langetermijnwaardecreatie als leidend principe kunt u bijvoorbeeld op de volgende manier meenemen in het beleid van een pensioenfonds:

    • Selectie van beleggingscategorieën op basis van reële economische activiteiten en onderliggende waardecreatie;
    • Selectie van strategieën binnen een bepaalde beleggingscategorie, bijvoorbeeld voor private equity een focus op groeistrategieën op middellange termijn;
    • Absolute doelstellingen voor (over)rendement op de lange termijn (in plaats van relatieve doelstellingen ten opzichte van een benchmark);
    • Selectie van vermogensbeheerders, beleggingsfondsen of individuele beleggingstitels op basis van vooruitkijkende strategieën voor de lange termijn (niet alleen op basis van rendementen uit het verleden) en rekening houdend met maatschappelijke waardecreatie (meewegen van ESG-informatie in plaats van alleen financiële informatie)
    • Mandaten / contracten van Externe Dienstverleners met een voldoende lange looptijd;
    • Waar beloning van Externe Dienstverleners is gekoppeld aan financiële prestaties, een koppeling aan prestaties over een voldoende lange termijn.

    De hieronder opgenomen voorbeeldtekst is hier grotendeels op gebaseerd.

    Verder wordt de volgende toelichting bij principe 2 gegeven:

    • Elke corporate action moet op zijn eigen merites worden beoordeeld, daarbij rekening houdend met de belangen van andere belanghebbenden van de Nederlandse beursvennootschap waarin is belegd. 
    • Bij de beoordeling van de kansen om langetermijnwaarde te creëren, de risico’s, de strategie en de prestaties van de Nederlandse beursvennootschappen waarin is belegd, is het van essentieel belang om milieu- (waaronder risico’s en kansen gerelateerd aan klimaatverandering), sociale- en governance-informatie (waaronder de samenstelling van het bestuur en diversiteit) in overweging te nemen naast financiële informatie. 
    • Materiële aangelegenheden kunnen ontwikkelingen op korte, middellange en lange termijn omvatten.

    Voorbeeldtekst

    “Wij streven via onze beleggingen naar (maatschappelijke) langetermijnwaardecreatie . Wij verwerken dit leidend principe op de volgende manier in ons beleid: [UITLEG, zie toelichting voor beleidselementen]

    Wij verwachten van onze dienstverleners overeenkomstig ons beleid en doelstellingen te handelen en streven naar langjarige samenwerking teneinde onze doelstellingen [...] gezamenlijk te realiseren”

    Art. 4.1g Verantwoording aflegt door resultaten te monitoren en te rapporteren aan het Deelnemende Pensioenfonds, met inachtneming van de rapportagevereisten zoals beschreven in paragraaf 5 van dit Convenant.
  • Document

    Mandaat & Rapportagevereisten

    Toelichting

    Gesegregeerde mandaten
    Wanneer uw pensioenfonds (binnen een bepaalde beleggingscategorie) een gesegregeerd mandaat heeft, kunt u uw rapportagerichtlijnen laten vastleggen in het mandaat. In uw mandaat moeten dan de criteria zoals beschreven in artikel 3.1b van het IMVB-Convenant worden vastgelegd. In het betreffende mandaat kunt u dan opnemen dat uw (verantwoord) beleggingsbeleid van toepassing is.

    Voorbeeldtekst

    “Op dit mandaat is [naam van het betreffende (verantwoord) beleggingsbeleid] van toepassing.”

    Document

    Rapportagevereisten & fondsrapportage

    Toelichting

    Meerderheidsaandeel in een beleggingsfonds
    Indien het beleggingsbeleid op het gebied van Verantwoord Beleggen door de participantenvergadering is bekrachtigd, is het beleggingsbeleid van het Fonds gewijzigd en dient het Fonds hierover in de fondsrapportage te rapporteren. De inhoud van de fondsrapportage zal dan overeen moeten komen met uw rapportagevereisten. De rapportagevereisten zullen dan de criteria zoals beschreven in artikel 3.1b van het IMVB-Convenant moeten bevatten.

    Voorbeeldtekst

    “Op dit mandaat is [naam van het betreffende (verantwoord) beleggingsbeleid] van toepassing.”
    Zie paragraaf 3.1b.

    Document

    Rapportagevereisten & selectiecriteria beleggingsfondsen

    Toelichting

    Minderheidsaandeel in een beleggingsfonds

    Wanneer uw pensioenfonds (binnen een bepaalde beleggingscategorie) een minderheidsaandeel in een beleggingsfonds heeft, kunt u bij de selectie van het beleggingsfonds onderzoeken in hoeverre de fondsrapportage voldoet aan uw (verantwoord) beleggingsbeleid. De PRI Manager Selection Guide for Asset Owners is daarvoor een handig hulpmiddel. U kunt aan de fondsmanager vragen in hoeverre aan artikel 3.1b van het IMVB-Convenant wordt voldaan.

    Voorbeeldtekst

    “Op dit mandaat is [naam van het betreffende (verantwoord) beleggingsbeleid] van toepassing.”
    Zie paragraaf 3.1b.